Een van de makkelijkste en goedkoopste manieren om te kamperen is natuurlijk de tent! Een goedkope kleine tent koop je al voor een paar tientjes. Maar, tenten worden in verschillende varianten aangeboden, en juist dat maakt de keuze lastig. In deze blog geven wij alle handige en praktische tips zodat jij de meest geschikte tent voor jouw situatie kunt uitzoeken.
Lees meer over onze favoriete bestemmingen voor een kampeervakantie
👉 Top 10: de mooiste vakantieparken in de Pyreneeën (Frankrijk)
👉 12 x de mooiste vakantieparken net over de grens in Duitsland
👉 De 10 állermooiste vakantieparken aan de Belgische kust
👉 Top 10 toffe bungalowparken aan de Costa Brava (Spanje)
Kamperen in eigen land is de afgelopen jaren flink populairder geworden. Niet alleen in de warme zomermaanden, maar ook in het vroege voorjaar en zelfs midden in de winter. Uit een analyse van CBS-cijfers door ACSI, KCI en BOVAG blijkt dat de Nederlandse campings in 2025 ruim 5,6 miljoen gasten ontvingen, 8,6 procent meer dan een jaar eerder. De groei zit vooral buiten het hoogseizoen: in het voorjaar kwamen er ruim 15 procent meer gasten naar de camping.
⛺ In het kort: een tent kies je op vier dingen: het aantal personen (tel er altijd één bij op), het materiaal (polyester is licht en goedkoop, katoen ademt beter), de vorm (koepel is stevig, tunnel is ruim, opblaasbaar is snel) en de afwerking (waterkolom, naden, ritsen, haringen). Ga je één of twee keer per jaar een weekend weg, dan volstaat een polyester koepeltent van rond de 150 euro. Sta je drie weken op dezelfde plek met een gezin, dan wil je stahoogte, een voortent en een waterkolom van minimaal 3.000 mm.
Begin bij jezelf: wat voor kampeerder ben je?
Voordat je op formaten en materialen let, is het handig om te bepalen hoe je gaat kamperen. Dat bepaalt namelijk voor een heel groot deel jouw keuze.
| Type kampeerder | Wat je zoekt | Typische keuze |
|---|---|---|
| Weekendje weg of festival, 1 tot 2 keer per jaar | Licht, goedkoop, snel opgezet | Koepeltent of pop-up tent, polyester |
| Rondreis met veel wisselende plekken | Snel op- en afbouwen, compacte pakmaat | Koepeltent of kleine tunneltent, polyester |
| Twee tot vier weken op dezelfde camping met het gezin | Ruimte, stahoogte, comfort bij regen | Grote tunneltent of opblaasbare tent, eventueel polykatoen |
| Vroeg voorjaar, najaar of winter | Isolatie, weinig condens, stevigheid | (Poly)katoenen tent met stevige stokken |
| Wandelen of fietsen met bagage | Gewicht en pakmaat boven alles | Lichtgewicht koepeltent van nylon |
Twijfel je tussen 2 types? Kies dan de manier waarop je het vaakst gaat kamperen. Een enorme familietent voor dat ene weekend per jaar is zonde van je geld en je kofferbak.

Op zoek naar het juiste formaat tent
Een belangrijke eerste stap is de capaciteit en grootte van de tent. En daar zit meteen de grootste valkuil: de persoonsaanduiding van fabrikanten is een theoretisch maximum, maar eigenlijk zegt het niet zoveel. Een vierpersoonstent betekent dat er vier volwassenen naast elkaar op een smal matje passen, schouder aan schouder, zonder ruimte voor tassen.
De vuistregel: tel bij het aantal personen er altijd minimaal één op. Sta je langer dan een week op dezelfde plek, tel er dan twee bij op. Met z’n vieren op vakantie? Kijk dan naar een vijf- of zespersoonstent.
Waar je verder op let:
- Breedte per slaapplaats. De ene fabrikant rekent 60 cm per persoon, de andere ruim 70 cm. Dat verschil merk je elke nacht.
- Luchtbed of matje. Een tweepersoons luchtbed is vaak zo’n 140 cm breed en 200 cm lang. Meet de slaapcabine na voordat je bestelt, want een luchtbed dat net niet past is een klassieke miskoop.
- Aantal slaapcabines. Vier personen in één cabine, of twee cabines van twee? Met tieners of kleine kinderen die vroeg naar bed gaan, is die tussenwand goud waard.
- Stahoogte. Vanaf ongeveer 185 tot 200 cm kun je rechtop staan. Zeker bij langere kampeervakanties of in landen waar de zon niet altijd schijnt, is dat het verschil tussen een fijne vakantie en drie dagen gebogen aankleden.
- Leefruimte en voortent. Bij regen zit je met z’n allen binnen. Een voortent of ruim leefgedeelte geeft je een droge plek om te eten, te koken en spelletjes te doen.
- Verduisterende slaapcabines. Steeds meer tenten hebben donker doek in de slaapcabine. In juni is het om vijf uur ’s ochtends licht, en dat weten kleine kinderen ook.
- De afmeting van je standplaats. Campings hanteren vaak 80 tot 120 m² per plek, en sommige rekenen de voortent gewoon mee. Check dit voordat je een tent van acht meter lang koopt.
Tenten in verschillende materialen
Niet alleen het formaat speelt mee. Kijk ook naar het materiaal waarvan de tent gemaakt is, want dat bepaalt het gewicht, de prijs, het binnenklimaat en het onderhoud.
| Materiaal | Voordelen | Nadelen | Past bij |
|---|---|---|---|
| Polyester | Licht, goedkoop, droogt snel, neemt geen vocht op, kleurvast | Ademt niet, meer condens, warmer in de zon | Weekenden, rondreizen, eerste tent |
| Nylon | Nog lichter en compacter, sterk en rekbaar | Gevoelig voor UV, duurder, veel condens | Trekkers, fietsers, wandelaars |
| Katoen | Ademt goed, koel bij warmte, warm bij kou, gaat lang mee | Zwaar, droogt langzaam, duur, vraagt onderhoud | Lange vakanties, voor- en naseizoen |
| Polykatoen (technisch katoen) | Bijna het klimaat van katoen, lichter en sneller droog | Duurder dan polyester, nog steeds zwaar | Gezinnen die vaak en lang kamperen |
Katoen is een sterk materiaal en houdt de tent relatief koel in de warme zomermaanden. Het nadeel is dat katoen zwaar is en langzaam droogt. Polyester is veel lichter, droogt snel en neemt geen vocht op, wat ideaal is als je in een land verblijft waar de kans op regen groot is. De keerzijde van polyester is condens: het doek ademt niet, dus vocht van je adem slaat aan de binnenkant neer. Een tent met goede ventilatieroosters lost dat grotendeels op, mits je die roosters ook echt openzet.

Wat betekent die waterkolom?
De waterkolom geeft aan hoeveel waterdruk het doek aankan voordat het gaat lekken, uitgedrukt in millimeters. Een doek met 3.000 mm waterkolom houdt het uit onder een waterdruk van drie meter hoog.
- Buitentent: vanaf 1.500 mm heet een doek waterdicht, maar dat is echt een minimum. Neem voor Nederlandse omstandigheden minimaal 2.000 mm, en liever 3.000 tot 5.000 mm. De coating slijt namelijk met de jaren.
- Grondzeil: hier ligt de lat hoger, omdat je erop zit, loopt en slaapt. Ga uit van minimaal 5.000 mm, en 7.000 tot 10.000 mm is nog beter.
- Katoen en polykatoen: hier vind je geen waterkolom bij, en dat klopt ook. Katoenvezels zwellen op zodra ze nat worden, waardoor het doek zichzelf dichtmaakt. Wel moet je zo’n tent regelmatig opnieuw impregneren.
Let ook op het type coating. Vrijwel alle betaalbare polyester tenten hebben een PU-coating (polyurethaan). Een siliconencoating is duurder, maar bereikt bij een lagere waterkolom dezelfde waterdichtheid en gaat langer mee.

Vorm en manier van opzetten
De derde factor is de vorm van de tent en hoe je hem opzet. Dat laatste onderschatten veel starters: op een winderige zaterdagmiddag met twee zeurende kinderen wil je geen puzzel van veertien stokken.
- Koepeltent. Twee of meer bogen kruisen elkaar bovenin. Het resultaat staat stevig, is windbestendig en kun je meestal in je eentje opzetten. Een koepeltent staat ook zonder haringen overeind, handig op harde ondergrond. Nadeel: minder leefruimte en minder stahoogte.
- Tunneltent. Bogen die parallel achter elkaar lopen. Veel ruimte, vaak stahoogte, meestal licht van gewicht en verdeelbaar in slaapcabines. Een tunneltent stort wel in zodra je hem niet goed vastzet, dus stevige haringen en strak gespannen scheerlijnen zijn hier geen optie maar noodzaak.
- Opblaasbare tent (air tent). In plaats van stokken zitten er luchtbuizen in het doek. Met een goede pomp sta je in tien tot vijftien minuten, vaak in je eentje. Het is de duurste categorie, de tent is zwaarder in de tas en je hebt een reparatieset nodig voor het geval een buis lek raakt.
- Pop-up tent. Ideaal voor mensen die vaak van plek wisselen of naar een festival gaan. Je gooit hem open en klaar. Het opvouwen is een kunst op zich, de ruimte is beperkt en de weerbestendigheid is matig.
- Bungalow- of kanteltent. Rechte wanden, veel bruikbare ruimte, ouderwets comfortabel. Zwaar en tijdrovend om op te zetten, dus vooral geschikt als je lang blijft staan.
Bekijk ook onze tips voor het overnachten in een safaritent
Let ook op de tentstokken
- Glasvezel (fiberglass): goedkoop en licht, maar kan splijten of breken bij harde wind. Prima voor rustige zomerweekends.
- Staal: zwaar en sterk, veel gebruikt in grote familietenten.
- Aluminium: licht én sterk, maar duurder. Het beste compromis als je vaak kampeert.
- Lucht: geen stokken, wel een pomp. Snel opgezet en veilig voor kinderen, maar je bent afhankelijk van de ventielen.

Overige details waar je goed op moet letten
Twee tenten met dezelfde afmetingen en dezelfde waterkolom lijken op papier misschien hetzelfde, maar toch kunnen ze in de praktijk enorm verschillen. Dit zijn de punten waar een goede tent zich onderscheidt:
- Getapete naden. Elk naaigaatje is een potentieel lek. Bij fatsoenlijke tenten zijn de naden afgeplakt of gelast.
- Ritsen. YKK-ritsen zijn de standaard bij kwaliteitstenten. Een kapotte rits in de deur maakt een tent vrijwel onbruikbaar.
- Ingenaaid grondzeil. Een grondzeil dat vastzit aan de tent houdt water, tocht en beestjes buiten. Een los grondzeil is makkelijker schoon te maken en te vervangen.
- Ventilatie. Kijk naar het aantal en de plaatsing van de ventilatieroosters. Laag en hoog samen werkt het best tegen condens.
- Muggengaas. Fijnmazig gaas voor alle deuren en ramen. In augustus in Zeeland ben je hier dankbaar voor.
- Aantal scheerlijnen en stormbanden. Meer bevestigingspunten betekent een rustiger nacht bij wind. Reflecterende lijnen voorkomen bovendien dat je er in het donker over struikelt.
- Gewicht en pakmaat. Een familietent van 30 kilo tilt niet vanzelf uit de kofferbak. Check ook of de tas een handvat of wieltjes heeft.
- Kabeldoorvoer. Een afsluitbare opening voor je elektriciteitskabel. Klinkt onbenullig, tot je met een kabel tussen de rits zit.
- Ophangpunt voor een lamp. Bijna elke tent heeft er een, maar niet elke tent op een handige plek.
Wat kost een tent, en wanneer koop je hem?
De prijzen liggen ver uit elkaar. Grofweg kun je hiervan uitgaan:
| Type | Indicatieve prijs |
|---|---|
| Pop-up tent, 2 tot 3 personen | 50 tot 120 euro |
| Koepeltent, 2 tot 4 personen | 80 tot 250 euro |
| Tunneltent van polyester, 4 tot 6 personen | 200 tot 700 euro |
| Opblaasbare familietent | 500 tot 1.500 euro |
| Polykatoenen familietent | 800 tot 2.000 euro |
Kopen doe je het voordeligst aan het einde van het seizoen, ergens vanaf eind augustus. Kampeerwinkels ruimen dan hun voorraad op en kortingen van 30 tot 50 procent zijn geen uitzondering. Nadeel: je keuze is kleiner en je kunt de tent pas het jaar erna gebruiken.
Tweedehands kopen kan prima, zeker bij katoenen tenten die decennia meegaan. Let dan wel op:
- Schimmelplekken en muffe geur (die krijg je er nooit meer uit).
- Verkleurde of brosse doeken bij polyester, een teken van UV-schade.
- Alle stokken, haringen en scheerlijnen aanwezig, plus de opzetinstructie.
- Ritsen die soepel lopen over de hele lengte.
- Vraag of de tent altijd droog is opgeborgen. Het antwoord zegt genoeg.
Vergeet deze spullen niet
De tent zelf is maar de helft van het verhaal. Deze dingen maken het verschil tussen kamperen en kamperen met plezier:
- Betere haringen. De haringen die standaard worden meegeleverd zijn vaak dunne pennetjes die bij de eerste windvlaag buigen. Koop losse haringen die bij je ondergrond passen: brede zandharingen voor duingebieden, dunne nagelharingen voor harde en steenachtige grond.
- Een rubberen of kunststof hamer en een haringentrekker. Met een steen lukt het ook, maar niet lang.
- Footprint of extra grondzeil onder de tent. Beschermt tegen scherpe steentjes, houdt de onderkant schoon en verlengt de levensduur.
- Extra scheerlijnen en spanners voor als het gaat waaien.
- Reparatietape en een reparatieset voor doek, stokken of luchtbuizen.
- Siliconenspray voor stroeve ritsen.
- Verlengkabel van 25 meter als je op de camping stroom wilt. Het stroompunt zit zelden waar jij staat.

Zet de tent eerst een keer thuis op
Oké, je hebt jouw eerste tent uitgezocht en gekocht. Je wil dan natuurlijk zo snel mogelijk naar een camping (bijvoorbeeld bij Landal of Europarcs) en je tentje opzetten. Maar onze tip: zet de tent éérst in de tuin (of een park in de buurt) op voordat je naar de camping gaat.
- Je controleert of alle onderdelen erin zitten. Een ontbrekende stok ontdek je liever op zaterdag thuis dan op zondag in de Ardennen.
- Je weet hoe lang het duurt en met hoeveel mensen het moet.
- Je merkt of je nog extra spullen nodig hebt.
- Maak met je telefoon een paar foto’s van de opbouw. Handiger dan de handleiding die je toch kwijtraakt.
- Heb je een katoenen of polykatoenen tent? Veel merken adviseren die eerst een keer flink nat te maken en te laten drogen. De vezels en naden zwellen dan op en sluiten zich, waardoor de tent daarna beter waterdicht is.
Onderhoud: berg ‘m nooit nat op
Eén regel is belangrijker dan alle andere: leg een tent nooit vochtig weg. Binnen twee dagen ontstaan er schimmelplekken en een muffe lucht die je er niet meer uit krijgt, en die vlekken tasten op termijn ook de coating aan.
Regent het op je laatste kampeerdag? Neem de tent gewoon nat mee naar huis en hang hem thuis binnen 24 uur uit in de tuin, garage of op zolder tot hij kurkdroog is. Verder:
- Maak het grondzeil schoon met water en een zachte borstel, zonder agressieve schoonmaakmiddelen. Die vreten de coating aan.
- Impregneer een katoenen of polykatoenen tent elke één tot twee seizoenen opnieuw.
- Berg de tent op in een droge, donkere ruimte en niet in een vochtige schuur.
- Ruim losjes opgevouwen op in plaats van keihard geperst. Dat scheelt vouwen waar de coating gaat barsten.
Veelgemaakte fouten bij een eerste tent
- Te klein kopen omdat de persoonsaanduiding klopte op papier.
- Alleen op prijs kiezen en na twee vakanties opnieuw moeten kopen.
- Geen aandacht besteden aan de waterkolom van het grondzeil.
- Genoegen nemen met de meegeleverde haringen.
- De tent voor het eerst opzetten op de camping, in de regen.
- Ventilatieroosters dichthouden bij kou, en je vervolgens afvragen waar al dat vocht vandaan komt.
- De tent net iets te ruim opzetten waardoor het doek klappert. Strak spannen betekent minder slijtage en minder herrie.
Voor de meeste starters is een polyester koepel- of tunneltent met een waterkolom van minimaal 3.000 mm de veiligste keuze. Betaalbaar, licht, snel opgezet en makkelijk in onderhoud. Bevalt kamperen, dan kun je later investeren in polykatoen of een opblaasbare tent.
Tel altijd minimaal één persoon op bij je gezelschap. Met twee personen zit je comfortabel in een driepersoonstent, met vier in een vijf- of zespersoonstent. Blijf je langer dan een week staan, tel er dan twee bij op voor je bagage en luchtbedden.
Dat hangt af van hoe je kampeert. Polyester is lichter, goedkoper en droogt sneller, en is daarmee ideaal voor korte trips en rondreizen. Katoen en polykatoen ademen beter, blijven koeler in de zon en warmer in het voorjaar, maar zijn zwaar, duur en vragen onderhoud. Voor lange zomervakanties op één plek wint katoen het op comfort.
Vanaf 1.500 mm heet een doek officieel waterdicht, maar voor Nederlandse en Belgische omstandigheden is 3.000 mm of hoger prettiger. Voor het grondzeil geldt minimaal 5.000 mm, omdat je er met je volle gewicht op ligt.
Een pop-up tent staat in een minuut, een koepeltent in tien tot vijftien minuten, een opblaasbare familietent in ongeveer een kwartier en een grote tunneltent of katoenen tent in dertig tot zestig minuten. Reken de eerste keer altijd op het dubbele.
Een goed opgezette koepeltent met aluminium stokken heeft de meeste kans. Tunneltenten zijn gevoeliger voor zijwind en moeten met de kleinste zijde naar de wind staan, strak gespannen en met alle stormbanden vast. Bij aangekondigde zware wind is het altijd verstandig om overtollige zeilen en luifels weg te halen.