Op vakantie met je hond
Op vakantie met je hond is geweldig! Maar zorg wel dat je goed voorbereid bent. Wij zetten alle handige informatie voor je ope en rij: geschikte bestemmingen, hondvriendelijke accommodatie, regels per land en praktische inpaktips. Op deze pagina vind je alles wat je nodig hebt voor een zorgeloze reis met je viervoeter
Vind de mooiste huisdiervriendelijke vakantiehuisjes
🐕 Voorbereiding & Administratie
Voordat je met je hond op vakantie gaat, komt er het nodige bij kijken. Van papieren regelen tot je hond voorbereiden op de reis. Klik op een onderwerp om meer te lezen.
Hoeveel tijd heb je nodig voor de voorbereidingen?
Blijf je lekker dicht bij huis in Nederland? Dan is een vakantie met je hond eigenlijk zo geregeld. Je checkt of honden welkom zijn in je accommodatie, gooit de hondenmand in de auto en klaar ben je. Handig zo’n vakantie in eigen land.
Ga je de grens over? Dan komt er wat meer bij kijken. Voor een tripje naar Duitsland of België heb je minimaal drie weken nodig. Dat komt door die verplichte rabiësvaccinatie – die moet namelijk minstens 21 dagen voor vertrek zijn gezet. Heb je die vaccinatie al? Check dan even of hij nog geldig is, want verlopen is verlopen.
Verder naar het zuiden? Dan kun je beter vier weken rekenen. In Zuid-Europa spelen andere ziektes zoals leishmaniasis, dus je wilt je hond daar goed tegen beschermen. Je dierenarts weet precies wat er nodig is voor jouw bestemming.
Plan je iets heel exotisch buiten Europa? Begin dan echt vier maanden voor vertrek. Sommige landen eisen bloedtesten en die resultaten laten soms weken op zich wachten. En dan heb je ook nog eens aparte certificaten nodig die weer hun eigen doorlooptijd hebben.
Een vuistregel: zodra je je vakantie boekt, meteen even bellen met de dierenarts. Dan weet je precies waar je aan toe bent en voorkom je dat je twee weken voor vertrek in paniek raakt omdat er nog van alles geregeld moet worden.
Check vooraf alvast de invoereisen per land op de website van licg.nl.
Wat kost een vakantie met je hond eigenlijk?
Laten we eerlijk zijn: je hond meenemen op vakantie is niet gratis. Maar hoeveel duurder wordt het nou echt?
In Nederland valt het meestal wel mee. Veel vakantiehuisjes rekenen tussen de vijf en vijftien euro per nacht voor je hond. Sommige accommodaties vragen helemaal niks extra, andere rekenen een vast bedrag per verblijf. Een weekendje weg kost je dan een tientje of vijftien extra. Geen reden om thuis te blijven dus.
Vakantieparken zijn vaak wat duurder. Daar betaal je al snel tien tot vijfentwintig euro per nacht. Over een week kan dat oplopen tot honderd euro of meer. Maar je hebt dan meestal wel speciale hondenfaciliteiten zoals een uitlaatveldje of zelfs een hondenspeeltuin.
Ga je naar het buitenland? Dan komt er meer bij. Ten eerste de dierenarts: tussen de vijftig en honderdvijftig euro voor vaccinaties en papieren. Misschien moet je een nieuw Europees paspoort, dat is nog eens veertig euro. En dan heb je waarschijnlijk ook nog bescherming nodig tegen parasieten die hier niet voorkomen – denk aan een euro of vijftig.
Vlieg je? Dan wordt het echt een stuk duurder. Een kleine hond in de cabine kost al gauw vijftig tot honderd euro. Moet je hond in het ruim? Dan kijk je naar honderden euro’s. Plus dat je dan ook nog een vliegtuiggoedgekeurde bench nodig hebt.
Ook je accommodatiekosten in het buitenland liggen hoger. Niet alleen die hondentoeslag, maar soms vragen ze ook een extra borg voor eventuele schade. En vergeet de eindschoonmaak niet – die wordt vaak wat duurder als je met een hond komt.
Tel je alles bij elkaar op: dan ben je voor een weekje Nederland al snel honderd tot tweehonderd euro extra kwijt. Voor het buitenland kun je rekenen op driehonderd tot achthonderd euro bovenop je normale vakantiebudget. Klinkt als veel, maar voor de meeste hondenbazen is het elke cent waard om hun maatje mee te hebben.
Welke verzekeringen heb je nodig voor je hond op vakantie?
Blijf je in Nederland? Dan hoef je eigenlijk niet zoveel te regelen. Je aansprakelijkheidsverzekering dekt gewoon schade die je hond veroorzaakt, ook op vakantie. Handig om even te checken of je dierenverzekering ook geldt als je ergens anders in het land bent, maar meestal is dat geen probleem.
Steek je de grens over? Dan wordt het iets ingewikkelder. In sommige landen zoals Frankrijk en Italië is een aansprakelijkheidsverzekering voor honden zelfs verplicht. De goede nieuws: je Nederlandse verzekering geldt meestal ook daar. Bel toch even om het zeker te weten, want je wilt niet bij aankomst verrast worden.
Wat vaak vergeten wordt: dierenartsenkosten in het buitenland. Je reisverzekering dekt je hond niet – dat is echt iets heel anders dan jezelf verzekeren. Als je hond ziek wordt in Frankrijk en je moet naar de spoedeisende hulp, kun je zomaar honderden euro’s kwijt zijn. Sommige dierenverzekeringen dekken het buitenland, maar lang niet allemaal. Check dit dus van tevoren.
Is je hond niet verzekerd? Overweeg dan in ieder geval een spaarrekening voor noodgevallen. Of kijk of je tijdelijk een extra dekking kunt regelen voor je vakantieperiode. Sommige verzekeraars bieden dat aan.
En bewaar het noodnummer van je verzekering in je telefoon. Want als het misgaat, wil je niet staan bladeren in polisvoorwaarden – je wilt gewoon snel kunnen bellen.
Meenemen of thuislaten: hoe maak je de juiste keuze?
Dit is misschien wel de moeilijkste vraag. Want natuurlijk wil je je hond bij je hebben, maar is dat ook echt het beste voor hem?
Ga je een paar dagen naar een vakantiehuis midden in de Veluwe, met een omheinde tuin en eindeloze wandelroutes? Dan is het antwoord simpel: neem die hond mee! Hij gaat het geweldig vinden. Hetzelfde geldt voor een weekje aan de kust, waar hij over het strand kan rennen en lekker uitwaaien.
Maar plan je vier dagen Parijs, waarbij je vanaf half negen ’s ochtends tot ’s avonds laat musea en restaurants bezoekt? Dan wordt het een ander verhaal. Je hond zit dan de hele dag alleen op de hotelkamer. Dat is voor niemand leuk.
De grote vraag is eigenlijk: past deze vakantie bij het karakter en de behoeften van mijn hond? Een jonge, energieke hond die dol is op nieuwe dingen kan bijna overal mee naartoe. Een oudere hond die zijn ritme gewend is, zit misschien liever thuis in zijn vertrouwde mand.
Let ook op het weer. Vlieg je midden in de zomer naar Spanje en heb je een hond met een dikke vacht? Dat wordt hem echt te warm. Zelfs in Nederland kunnen tropische temperaturen lastig zijn voor bepaalde rassen. Stompneuzige honden zoals Bulldogs en Mopshonden hebben het al snel benauwd in de warmte.
En dan is er nog de vraag: wat ga je dóén op vakantie? Wandelen, fietsen, terrasjes pakken – je hond vindt het prima. Hele dagen pretparken, drukke evenementen of sportieve activiteiten waar honden niet welkom zijn? Dan betaal je veel geld om je hond vooral achter te laten.
Soms is een goed pension of een oppas bij vrienden echt de betere keuze. Daar hoef je je niet schuldig over te voelen. Het gaat erom wat het beste is voor je hond, niet wat het leukste is voor jou.
Je hond voorbereiden op zijn eerste vakantie
De eerste vakantie met je hond is een beetje spannend. Hoe gaat hij reageren op de auto? Blijft hij rustig in een vreemde omgeving? Kan hij ontspannen als er andere honden in de buurt zijn?
Het goede nieuws: je kunt hem hier gewoon op voorbereiden. En eigenlijk is dat best leuk om te doen.
Begin een maand of zes van tevoren met korte autoritjes naar leuke plekken. Een kwartier rijden naar het bos, een half uurtje naar het strand. Zo leert je hond dat autorijden niet eng is, maar juist het begin van iets leuks. Heb je een bench of autogordel aangeschaft? Laat die eerst gewoon in de woonkamer staan. Gooi er een paar brokjes in, laat je hond erin snuffelen. Als hij er zelf inspringt, geef je hem een compliment. Pas als hij de bench helemaal oké vindt, ga je hem in de auto gebruiken.
Overnachten in een vreemde omgeving kan ook oefening vergen. Plan eens een weekendje bij familie of vrienden. Neem de vertrouwde mand mee en zijn favoriete speeltje. Kijk hoe hij reageert op een nieuwe slaapruimte. Gaat het moeizaam? Dan weet je dat je hier wat meer aandacht aan moet besteden.
Een paar weken voor vertrek maak je een afspraak bij de dierenarts. Even checken of alles in orde is: vaccinaties, teken- en vlooienbestrijding, eventuele medicijnen die mee moeten. En vraag meteen waar de dichtstbijzijnde dierenarts is bij je vakantieadres – voor het geval dat.
Verder kun je nog oefenen met rustig blijven op drukke plekken. Wil je straks lekker op een terrasje zitten? Oefen dat dan alvast. Zoek een rustig terras, bestel een kopje koffie, en kijk of je hond ontspannen op zijn plekje kan blijven liggen. Gaat het goed? Top. Lukt het niet? Dan weet je waar je nog aan moet werken.
De week voor vertrek pak je je spullen. Voer voor het aantal dagen dat je weggaat, plus een beetje extra voor de zekerheid. Medicijnen als je hond die gebruikt. Favoriete speeltjes en zijn deken voor de vertrouwde geur. En heel belangrijk: zijn riem, halsband met penning, en het dierenpaspoort als je naar het buitenland gaat.
De dag zelf: niet te veel stress maken. Honden voelen feilloos aan als hun baasje gespannen is. Geef je hond een normale ochtendwandeling, maar jaag hem niet op tot hij compleet uitgeput is. Een moe hond reist prettiger, maar een gesloopte hond wordt alleen maar zenuwachtig. Een klein beetje eten vooraf voorkomt een lege maag, maar niet zoveel dat hij misselijk wordt onderweg.
En dan: genieten. Want als jij ontspannen bent, is je hond dat meestal ook.
❤️ Gezondheid & Veiligheid
De gezondheid van je hond staat voorop tijdens de vakantie. Van oververhitting voorkomen tot weten wat je moet doen bij noodgevallen.
Oververhitting: het grootste risico en hoe je het voorkomt
Oververhitting is veruit het grootste gevaar voor honden op vakantie. Niet zozeer bacteriën of rare ziektes, maar gewoon de warmte. En het enge is: het kan razendsnel misgaan.
Honden kunnen niet zweten zoals wij. Ze hebben alleen hun tong en voetzolen om warmte kwijt te raken. Dat is niet veel. Bij temperaturen boven de 21 graden moet je al opletten, en boven de 25 graden wordt het echt gevaarlijk. Vooral voor honden met korte neuzen zoals Bulldogs, Mopshonden en Boxers – die krijgen het al snel benauwd.
De auto is de grootste boosdoener. Zelfs op een bewolkte dag van 20 graden kan het binnen in een auto oplopen tot 40 graden. Tien minuten is genoeg om je hond in levensgevaar te brengen. “Maar het raampje staat op een kier!” helpt niet. “Maar de auto staat in de schaduw!” maakt ook niet uit – de zon draait. Laat je hond dus nooit, maar dan ook nooit alleen in de auto.
Maar je hond kan ook oververhit raken zonder auto. Te lang wandelen in de zon, te veel spelen op het strand, te weinig drinken – het gebeurt sneller dan je denkt. En dan is er nog het asfalt. Als jij er met blote voeten niet op kunt staan, kan je hond dat ook niet. Die voetzolen verbranden echt.
Hoe voorkom je het? Begin met wandelen in de vroege ochtend of late avond. Tussen elf en vier ’s middags blijf je gewoon binnen of zoek je een schaduwrijke plek. Zorg altijd voor vers drinkwater – niet ijskoud uit de koelbox, maar gewoon koel. En gun je hond voldoende rust. Hij hoeft niet de hele dag actief te zijn.
Herken je de symptomen? Je hond gaat extreem hijgen, vaak met de bek wijd open. Hij wordt slap, reageert niet meer goed, en zijn tandvlees wordt donkerrood of zelfs paars. Zijn temperatuur stijgt boven de 40 graden. Dit is echt levensgevaarlijk.
Wat doe je dan? Breng hem meteen naar een koele plek. Maak hem nat met koel (niet ijskoud!) water. Begin bij zijn poten en werk langzaam omhoog. Leg natte handdoeken op zijn lichaam en ververs die regelmatig. Geen koud water in zijn bek gieten – dat kan hij niet goed verwerken. En bel meteen de dierenarts, ook als hij alweer beter lijkt. Na oververhitting kunnen tot drie dagen later nog inwendige bloedingen optreden.
Wat doe je bij een medisch noodgeval in het buitenland?
Je hond wordt ziek op vakantie. Paniek. Je bent in een vreemd land, je spreekt de taal niet, en je weet niet waar je naartoe moet.
Daarom regel je dit van tevoren. Voor je vertrekt, zoek je het adres op van een dierenarts bij je vakantieadres. Gewoon googlen: “dierenarts + plaatsnaam”. Sla het telefoonnummer op in je telefoon. Vraag eventueel bij je accommodatie – die weten het vaak ook.
Veel dierenartsen in toeristische gebieden spreken Engels of zelfs Nederlands. Maar voor het geval dat: zorg dat je een paar basiszinnen kent. “Mijn hond is ziek”, “Hij heeft pijn”, “Hij braakt”, “Diarree”. Of download een vertaal-app. In crisissituaties is Google Translate je beste vriend.
Vergeet je verzekering niet. Als je hond verzekerd is met buitenlanddekking, bel dan eerst even je verzekeraar. Sommige verzekeraars willen vooraf toestemming geven voor behandelingen. En bewaar alle bonnetjes – je hebt die nodig voor declaratie.
In Nederland bel je na zes uur de avond- en weekenddienst. Dat systeem bestaat in veel landen niet. Sommige klinieken hebben wel een spoednummer, maar dat verschilt per land. Check dit dus ook van tevoren.
En wat als je midden in de Franse Alpen zit en de dichtstbijzijnde dierenarts twee uur rijden is? Dan bel je je eigen Nederlandse dierenarts. Die kan je in elk geval advies geven aan de telefoon. Misschien kan het wachten tot je thuis bent, misschien moet je echt die twee uur rijden.
Kosten in het buitenland zijn vaak hoger dan in Nederland. In Frankrijk en Spanje kun je zomaar het dubbele betalen. Je moet ook vaak direct contant of met pin afrekenen – geen factuur achteraf. Zorg dus dat je genoeg geld bij je hebt.
En tot slot: blijf kalm. Dieren voelen stress feilloos aan. Hoe rustiger jij blijft, hoe beter je je hond kunt helpen.
Parasieten in Zuid-Europa: bescherming tegen leishmaniasis en hartworm
Ga je naar Zuid-Europa? Dan kom je in een andere wereld van parasieten terecht. Niet de vlooien en teken die we hier kennen, maar echt vervelende ziektes die je hond langdurig ziek kunnen maken.
Leishmaniasis is de engste. Het wordt overgebracht door zandvliegjes en komt voor rondom de Middellandse Zee – Spanje, Zuid-Frankrijk, Italië, Griekenland. De ziekte tast de organen aan en is vaak niet te genezen. Symptomen zie je soms pas maanden na je vakantie: haarverlies, afvallen, slecht genezende wondjes.
Hartworm is de andere boosdoener. Muggen verspreiden de larven, die in het hart van je hond terechtkomen en daar kunnen groeien tot 30 centimeter lange wormen. Zonder behandeling is het dodelijk.
Klinkt eng, en dat is het ook. Maar gelukkig kun je je hond goed beschermen.
Voor leishmaniasis is preventie belangrijk. Er zijn speciale halsbanden (zoals Scalibor) die zandvliegjes op afstand houden. Die doe je vier weken voor vertrek al om, want ze hebben tijd nodig om te werken. Ook bestaan er spot-on middelen die helpen. Bespreek met je dierenarts wat het beste is.
Verder: zandvliegjes zijn vooral actief in de schemering en ’s nachts. Laat je hond dan binnen slapen. En vermijd gebieden met stilstaand water en veel vegetatie – daar houden die beestjes van.
Voor hartworm bestaat een behandeling die je na terugkomst geeft. Dat is een ontwormingskuur die de larven doodt voordat ze volwassen worden. Je dierenarts schrijft die voor. Doe dit wel op tijd – het moet binnen een maand na terugkeer.
Denk ook aan de gewone teken. Die zijn in Zuid-Europa veel actiever dan hier. Check je hond daarom dagelijks, vooral na wandelingen in bos of struikgewas. En gebruik een goede tekenband of spot-on.
Is dit een reden om niet naar Zuid-Europa te gaan? Nee hoor. Duizenden honden gaan daar elk jaar op vakantie en komen kerngezond terug. Zolang je je hond goed beschermt en de risico’s kent, is er niets aan de hand.
Gevaarlijk water: blauwalg en botulisme herkennen
Water is heerlijk voor je hond. Lekker afkoelen, spelen, zwemmen. Maar niet al het water is veilig.
Blauwalg is het bekendste gevaar. Het zijn eigenlijk bacteriën die in stilstaand water groeien bij warm weer. Ze produceren giftige stoffen. Als je hond ervan drinkt of ermee zwemt en daarna zijn vacht afliikt, kan hij erg ziek worden. Symptomen zijn braken, diarree, suf gedrag, en in ernstige gevallen zelfs stuipen.
Hoe herken je blauwalg? Het water ziet er troebel uit, vaak met een blauwgroene of groene waas aan de oppervlakte. Soms zie je groene drijflagen of vlokken. En het ruikt muf en vies. Twijfel je? Laat je hond er dan niet in.
In Nederland krijg je meestal waarschuwingen bij plassen en meren waar blauwalg is geconstateerd. In het buitenland is dat minder georganiseerd. Kijk dus zelf goed. Vooral in Zuid-Europa in de zomer is de kans groot in stilstaande wateren.
Botulisme is minder bekend maar minstens zo gevaarlijk. Het komt van een bacterie in rottend materiaal – dode vissen, dode vogels, vergaan plantenmateriaal. Als je hond daarvan eet of drinkt van water waar het in zit, krijgt hij verlammingsverschijnselen. Eerst de achterpoten, dan de rest van zijn lijf. Dit is levensgevaarlijk en je moet direct naar de dierenarts.
Hoe voorkom je het? Laat je hond niet drinken van plassen en poelen. Neem altijd schoon drinkwater mee. En let op bij stilstaand water met veel waterplanten of drijvend materiaal – daar huist de bacterie graag.
Stromend water is veiliger. Rivieren, beken, de zee – daar is de kans op blauwalg en botulisme veel kleiner. Al moet je ook bij de zee opletten voor zeewier en dode vissen waar je hond aan kan gaan knagen.
Een veilige vuistregel: als het water er vies uitziet of vies ruikt, moet je hond eruit blijven. En neem altijd schoon drinkwater mee, zodat je hond niet in de verleiding komt om uit een vieze plas te drinken.
De EHBO-kit voor je hond: dit neem je mee
Je hebt vast een EHBO-kit voor jezelf. Maar heb je er ook een voor je hond? Als er wat gebeurt, ben je blij dat je voorbereid bent.
Dit zit in een goede honden-EHBO-kit:
Verbandmateriaal is de basis. Een paar steriele gaasjes, een rolletje verband, en leukotape. Handig als je hond een snee of schaafwond oploopt. Je kunt hiermee een noodverband maken tot je bij de dierenarts bent.
Ontsmettingsmiddel zoals betadine of jodium. Kleine wondjes kun je hiermee schoonmaken. Let op: geen alcohol op open wonden – dat prikt te veel en je hond zal niet blij zijn.
Een tekentang mag niet ontbreken. In het buitenland zijn teken vaak nog actiever dan hier. Als je er dagelijks een paar verwijdert, ben je blij dat je die tang bij je hebt.
Handschoenen zijn hygiënischer en beschermen je ook. Als je hond pijn heeft, kan hij onverwacht happen – zelfs de liefste hond.
Een schaartje om verband op maat te knippen, of om haar weg te knippen rond een wond.
Pincet voor splinters of kleine steentjes tussen de tenen.
Thermometer om je honds temperatuur te checken. Normaal is 38-39 graden. Boven de 40? Dan moet je direct naar de dierenarts.
Zalf voor kleine wondjes, maar vraag je dierenarts welke geschikt is. Sommige zalven die voor mensen oké zijn, zijn niet goed voor honden.
Oogdruppels voor als je hond zand in zijn ogen krijgt of zijn oog irriteert.
En niet vergeten: de telefoonnummers van je eigen dierenarts én een dierenarts bij je vakantieadres. Die schrijf je op een papiertje en stop je in de EHBO-kit.
Gebruik je regelmatig medicatie voor je hond? Neem dan extra mee. Want stel dat je langer wegblijft of het medicijn kwijtraakt – dan zit je in de problemen.
Tot slot: een klein flesje lauw water. Als je hond oververhit dreigt te raken, kun je dat gebruiken om hem af te koelen.
Deze kit hoef je niet zelf samen te stellen – er zijn ook kant-en-klare honden-EHBO-kits te koop. Maar check wel of alles erin zit wat je nodig hebt. En belangrijker: zorg dat je weet hóe je de spullen moet gebruiken. Een EHBO-kit hebben is één ding, ermee kunnen werken is twee.
🚗 Reizen & Transport
Of je nu met de auto gaat of met het vliegtuig, een goede reis is belangrijk voor een ontspannen vakantie.
Lange autoritten: hoe houd je je hond rustig en comfortabel?
Uren in de auto zitten is niet leuk. Voor jou niet, maar voor je hond ook niet. Gelukkig kun je er heel veel aan doen om de rit aangenaam te maken.
Begin met een goede slaapplek in de auto. Een zachte deken of kussen maakt al een wereld van verschil. Je hond ligt niet op hard plastic of een koude bodem, maar lekker comfortabel. En neem zijn vertrouwde deken van thuis mee – die geur geeft rust.
Timing is belangrijk. Ga je ’s ochtends vroeg? Mooi, dan slaapt je hond misschien een groot deel van de rit. Vertrek je juist ’s avonds? Ook prima, na een actieve dag valt hij vanzelf in slaap. De middag is eigenlijk het minst handig – dan is je hond wakker en alert, en gaat de tijd langzamer.
Geef niet te veel eten vlak voor vertrek. Een volle maag en autorijden gaan niet goed samen. Geef een paar uur voor vertrek een lichte maaltijd, of wacht met voeren tot je er bent. Water mag altijd, maar niet emmers vol – anders moet je om de tien minuten stoppen.
Vermijd hitte in de auto. Zet de airco aan als je die hebt, maar richt de luchtstroom niet direct op je hond. Open een raampje op een kier voor frisse lucht – het geluid van de wind helpt ook tegen verveling. En hang zonneschermen voor de ramen waar je hond zit. Dat scheelt enorm.
Muziek kan helpen. Niet te hard, maar zachte achtergrondmuziek werkt rustgevend. Er zijn zelfs speciale playlists voor honden – klinkt gek, maar veel honden worden daar kalmer van.
Sommige honden worden onrustig van het verkeer dat voorbij flitst. Een gordijntje of zonnescherm helpt dan. Je hond ziet minder, wordt minder geprikkeld, en kan beter ontspannen.
En als je hond echt gestrest is? Dan zijn er natuurlijke kalmeringsmiddelen zoals CBD-olie of rescue remedy. Bespreek dit wel eerst met je dierenarts. En oefen ermee voor je vertrekt – niet pas in de auto erachter komen dat het niet werkt.
Tussenstops plannen: waar let je op?
Stop om de twee uur. Dat is de vuistregel. Zelfs als je hond nog rustig ligt te slapen – hij moet even uitlaten, een beetje bewegen, en wat drinken.
Plan je stops van tevoren. Zoek rustplaatsen met groen waar je hond kan loslopen of aan de lijn een rondje kan maken. Langs de snelweg zijn bij tankstations vaak grasveldjes. In Duitsland en Frankrijk zijn er vaak speciale hondenweitjes bij parkeerplaatsen – superhandig.
Vergeet de poepzakjes niet. Klinkt logisch, maar je wilt niet bij de eerste stop ontdekken dat ze nog thuis liggen. En ruim altijd op – ook in het buitenland, ook al doet niemand het daar. Wees het goede voorbeeld.
Neem een fles water en een drinkbak mee. Je hond heeft na twee uur in de auto dorst. Geen ijskoud water – dat kan maagproblemen geven. Gewoon water van normale temperatuur is prima.
Let op waar je parkeert. Zelfs bij een korte stop van tien minuten: nooit in de volle zon. Zelfs met de ramen open wordt de auto te warm. Zoek schaduw, of zet de airco aan en blijf in de buurt.
Houd stops kort maar effectief. Vijftien minuten is genoeg: uitlaten, drinken, even rondsnuffelen. Te lang stoppen maakt je hond juist onrustig – hij denkt dat jullie er zijn en snapt niet waarom hij weer in de auto moet.
Bij langere ritten (meer dan zes uur) plan je een langere stop. Een half uur, drie kwartier. Even echt bewegen, misschien een korte wandeling. Dat helpt enorm tegen stijve spieren en verveling.
En check je hond bij elke stop. Hoe gaat het met hem? Hijgt hij veel? Lijkt hij gestrest? Of juist heel rustig? Zo kun je inschatten of je vaker moet stoppen of dat het goed gaat.
Wagenziekte bij honden: symptomen en oplossingen
Sommige honden worden wagenziek. Niet leuk voor hen, niet leuk voor jou als je de bekleding moet schoonmaken.
Hoe herken je het? Je hond begint te kwijlen – echt veel. Hij gaat hijgen en is onrustig, wil niet lekker gaan liggen. Hij begint te kokhalzen of te braken. En soms heeft hij ook diarree. Jonge honden hebben het vaker dan oudere – vaak groeit het vanzelf over.
De oorzaak? Het evenwichtsorgaan raakt in de war door de beweging van de auto. Net als bij mensen met zeeziekte. De oren zeggen “we bewegen”, maar de ogen zien “we zitten stil”. Dat conflict maakt je hond misselijk.
Wat kun je eraan doen? Begin met korte ritjes. Vijf minuten naar het bos, tien minuten naar het strand. Eindig altijd op een leuke plek, zodat je hond autorijden associeert met iets positiefs. Bouw het langzaam op.
Laat je hond voor in de auto zitten als dat kan. Of in het midden van de achterbank waar hij uit het raam kan kijken. Het zien van de omgeving helpt het evenwichtsorgaan. Alleen naar de achterkant van de bestuurdersstoel staren maakt het juist erger.
Zorg voor frisse lucht. Een raampje op een kier, of de ventilatie aan. Stilstaande, warme lucht maakt misselijkheid erger.
Rijd rustig. Geen harde bochten, niet abrupt remmen, geleidelijk optrekken. Hoe vloeiender je rijdt, hoe minder misselijk je hond wordt.
Geef niks te eten drie uur voor vertrek. Een lege maag kan niet braken. Of geef juist een heel klein beetje – een paar brokjes of een koekje. Bij sommige honden helpt een lege maag, bij anderen juist een beetje eten. Uitproberen dus.
Gembersnoepjes kunnen helpen. Er zijn speciale hondenkoekjes met gember die tegen misselijkheid werken. Of een klein beetje verse gember door het eten. Let wel: niet te veel, want te veel gember prikkelt juist de maag.
Als het echt erg is, zijn er medicijnen. Cerenia is het bekendste middel tegen reisziekte bij honden. Dat krijg je bij de dierenarts voorgeschreven. Werkt goed, maar heeft wel bijwerkingen zoals sufheid. Bespreek het dus even.
En weet: wagenziekte wordt vaak minder naarmate je hond vaker in de auto zit. Blijf oefenen, dan went hij eraan. De meeste honden groeien erover heen.
Vliegen met angstige of nerveuze honden
Vliegen met een hond is al een uitdaging. Met een angstige hond wordt het er niet makkelijker op. De vraag is eigenlijk: moet je dit wel doen?
Kleine honden (tot 8-10 kilo, afhankelijk van de luchtvaartmaatschappij) mogen in de cabine mee in een speciale tas onder je stoel. Dat is een stuk minder stressvol dan het ruim. Je hond hoort je, ruikt je, voelt je aanwezigheid. Nog steeds niet ideaal voor een angstige hond, maar beter dan gescheiden zijn.
Grote honden moeten in het ruim. Daar zitten ze in hun bench, alleen, in het donker, met enorm veel lawaai. Voor een ontspannen hond is dat al zwaar. Voor een angstige hond is het een nachtmerrie.
Overweeg daarom serieus of je moet vliegen. Kun je met de auto? Duurt het misschien een dag langer, maar is het voor je hond een stuk minder traumatisch? Soms is die luxe strandvakantie het gewoon niet waard voor je hond.
Als je toch gaat vliegen, laat je hond wennen aan de bench. Weken van tevoren. De bench staat in de woonkamer, de deur staat open, er liggen lekkere dingen in. Je hond gaat er vrijwillig in en uit. Pas als hij de bench als een veilige plek ziet, sluit je de deur – eerst vijf minuten, dan tien, opbouwen.
Doe zijn favoriete deken in de bench en een oud T-shirt van jou. Vertrouwde geuren werken kalmerend. Sommige mensen geven ook een speeltje mee, maar dat kan bij turbulentie gevaarlijk worden.
Kalmerende middelen zijn een optie. Natuurlijke middelen zoals CBD-olie of Bach bloesem kunnen helpen. Chemische kalmeringsmiddelen (zoals acepromazine) worden afgeraden voor vluchten – ze onderdrukken beweging maar niet angst, en kunnen gevaarlijk zijn op grote hoogte. Bespreek het altijd met je dierenarts.
Boek een directe vlucht als het even kan. Elke overstap is extra stress. En vlieg niet in de zomer – het ruim kan gevaarlijk heet worden.
Vertel bij het inchecken dat je een nerveuze hond hebt. Soms kan het grondpersoneel extra zorgvuldig zijn met het laden. En vraag of je als laatste mag boarden en als eerste mag uitstappen – dat scheelt wachttijd voor je hond.
Na de vlucht: geef je hond tijd om bij te komen. Niet meteen in de auto en naar de volgende bestemming. Laat hem even rusten, drinken, tot rust komen.
En eerlijk? Als je hond echt panisch angstig is, is vliegen geen optie. Dan kies je een vakantie waar je met de auto heen kunt, of je laat je hond thuis bij een goede oppas. Dat is geen falen – dat is luisteren naar wat het beste is voor je hond.
Je hond laten wennen aan de reisbench
Een bench is niet natuurlijk voor een hond. Het is een kleine ruimte waar hij niet zomaar uit kan. Snap dus dat je hond daar niet meteen blij van wordt.
Begin twee maanden voor je vakantie. Eerder mag ook – hoe meer tijd, hoe beter. Zet de bench in de woonkamer neer met de deur open. Laat je hond eraan snuffelen. Doe niks, dwing niks, zeg niks. Gewoon laten staan.
Na een paar dagen gooi je er iets lekkers in. Een paar brokjes, een snack. Je hond moet er zelf voor naar binnen. Loopt hij erin? Geweldig. Blijft hij ervoor staan? Prima, probeer het morgen weer. Geen stress.
Als hij erin loopt voor de snack, prijzen en complimenten. Maar laat hem er zelf weer uit komen. De deur blijft open. Dit doe je een week lang – bench is positief, bench betekent lekkers.
Dan ga je de deur sluiten. Vijf seconden. Meteen weer open, snack erbij. Hij mag niet in paniek raken. Bouw het op: tien seconden, twintig seconden, een minuut. Als hij piept of krabt, heb je te snel opgebouwd. Stap terug naar een tijd waar hij wel ontspannen was.
Na een paar weken kan hij tien minuten rustig in de bench met de deur dicht. Tijd voor de volgende stap: de bench in de auto. Zelfde proces – deur open, laten wennen, snackjes erbij, deur dicht voor korte tijd.
Dan ga je de motor starten. Niet rijden, alleen de motor aan. Dat geluid en die trilling zijn nieuw. Geef een snack, motor uit, klaar. Een paar keer herhalen tot hij het geen probleem meer vindt.
Eerste ritje: naar het einde van de straat. Vijf minuten heen, vijf minuten terug. Eindig op een leuke plek – het park, het bos. Zo leert hij dat de bench in de auto leidt tot iets leuks. Bouw de afstand langzaam op.
Gebruik een deken die hij kent. Die geur van thuis geeft rust. En leg niks in de bench waar hij in kan stikken – geen kleine speeltjes, geen losse doekjes.
Sommige honden vinden een bench beklemmend en doen het beter met een autogordel. Dat is ook prima. Veiligheid is belangrijker dan wat “hoort”. Zolang je hond veilig vastzit en niet door de auto kan vliegen bij een ongeluk, is het goed.
En als je alles hebt geprobeerd en je hond raakt maar niet gewend? Dan is de bench misschien niet de juiste oplossing voor jullie. Er zijn alternatieven – autogordels, hondenrekken, speciale autostoeltjes. Niet opgeven, maar zoeken wat wel werkt.
🏖️ Op Bestemming
Je bent er! Tijd om te genieten. Deze tips helpen je om samen met je hond de vakantie optimaal te beleven.
Honden op restaurant en terrassen: etiquette in het buitenland
In Nederland zijn we best relaxed met honden op terrassen. Maar in andere landen liggen de regels anders. En zelfs als honden wél welkom zijn, betekent dat niet dat alles mag.
Frankrijk is over het algemeen hondvriendelijk. Veel restaurants en terrassen laten honden toe, zeker de kleinere. Maar je hond moet wel braaf zijn – rustig onder de tafel, niet blaffen, niet bedelen. En soms wordt er verwacht dat hij een muilkorf op heeft. Vraag dat even bij binnenkomst.
In Spanje hangt het erg van de regio af. Aan de kust in toeristische gebieden zijn ze gewend aan honden. In traditionelere, landelijke gebieden minder. En let op: in sommige delen moet je hond aangelijnd en gemuilkorfd zijn in openbare gelegenheden.
Duitsland staat bekend als hondvriendelijk. Honden zijn welkom in veel restaurants, zelfs binnen. Ze krijgen vaak een bakje water zonder dat je erom hoeft te vragen. Maar ook hier geldt: je hond moet zich gedragen.
Italië kan lastig zijn. In sommige regio’s zijn honden welkom, in andere absoluut niet. Vooral bij restaurants met eten is men strenger. Vraag het altijd even – “Il cane è permesso?” (Is de hond toegestaan?).
De gouden regels voor overal:
– Vraag altijd eerst of je hond welkom is. Gewoon naar binnen lopen met je hond is respectloos.
– Je hond ligt onder de tafel of naast je, niet op een stoel. Ook niet als hij thuis altijd op de bank ligt.
– Aangelijnd, altijd. Ook al is je hond de braafste van de wereld.
– Hij heeft thuis al gegeten. Een hond die zit te bedelen om eten van tafel is irritant voor andere gasten.
– Neem een kleedje of deken mee. Dan heeft je hond een duidelijke plek en ligt hij niet op de grond van het restaurant.
– Blaffen en janken? Dan ga je naar buiten of weg. Punt.
– Andere gasten met rust laten. Niet iedereen vindt honden leuk. Houd je hond bij je.
En het belangrijkste: als je hond niet gewend is aan drukke plekken, begin dan klein. Eerst een rustig terrasje in Nederland, dan een drukker terras, en pas dan een restaurant in het buitenland. Gooi hem niet meteen in het diepe.
Hoe vind je hondvriendelijke restaurants en activiteiten?
Je zit in een vreemde stad en je wilt iets leuks doen. Maar mag je hond mee? Hier heb je geen idee.
Google is je vriend. Zoek op “dog friendly restaurants + [plaatsnaam]”. Of in het Engels: “pet friendly”. Vaak vind je zo lijstjes van plekken waar honden welkom zijn.
Er zijn ook apps speciaal voor dit doel. BringFido is een bekende voor wereldwijd. Dogotel werkt goed voor Europa. En DogBuddy helpt je hondvriendelijke plekken te vinden in verschillende landen. Download er een paar voor je vertrekt.
Kijk op TripAdvisor en filter op “huisdieren toegestaan”. Lees de reviews – andere hondenliefhebbers vertellen vaak hoe hondvriendelijk een plek echt is.
Facebook-groepen kunnen goud waard zijn. Zoek groepen zoals “Vakantie met hond” of “Reizen met hond Nederland”. Stel je vraag – mensen delen graag hun ervaringen en tips.
Bij je accommodatie kun je het ook vragen. De eigenaar of receptie weet vaak precies welke restaurants en terrassen in de buurt hondvriendelijk zijn. En welke gebieden leuk zijn om te wandelen.
Voor activiteiten: strand is vaak prima, maar check of er hondstranden zijn. Veel stranden hebben zones waar honden welkom zijn en zones waar ze niet mogen komen. Vooral in het hoogseizoen. Bossen en natuurgebieden zijn meestal prima, maar soms moet je hond aangelijnd blijven.
Musea en bezienswaardigheden zijn vaak een no-go voor honden. Maar er zijn uitzonderingen. Sommige kastelen, tuinen, en openluchtmusea laten honden toe. Check de website of bel even.
Markten zijn leuk maar kunnen druk zijn. Kijk hoe je hond met drukte omgaat. Kleine, rustige markten? Prima. Grote, drukke markten met veel geluiden? Misschien beter niet.
En soms is het gewoon uitproberen. Loop een terrasje binnen, vraag vriendelijk of je hond mee mag. Het ergste wat kan gebeuren is “nee”, en dan zoek je een ander terrasje. Geen probleem.
Losloopgebieden en hondenstranden vinden
Je hond vindt niks leuker dan losrennen. Maar waar mag dat op vakantie?
In Nederland hebben veel gemeenten losloopgebieden. Gebieden waar je hond van de lijn mag. Zoek op de website van de gemeente waar je verblijft – vaak staat er een kaart met losloopgebieden. Of download de app “Losloopgebieden” – die laat zien waar je hond los mag.
In België is het vergelijkbaar. Veel bossen hebben losloopzones. Let wel op de bordjes – sommige periodes mag het niet (bijvoorbeeld tijdens het broedseizoen).
Duitsland heeft veel losloopgebieden, maar het verschilt per deelstaat. In sommige gebieden mag je hond het hele jaar los, in andere alleen buiten het broedseizoen (maart-juli). En in natuurreservaten moet hij vaak aangelijnd blijven.
Frankrijk is strikter. In veel gebieden moet je hond aangelijnd zijn. Vooral in nationale parken en beschermde gebieden. Maar er zijn ook genoeg plekken waar loslopen prima is – vraag het lokaal.
Hondenstranden zijn goud waard. Je hond kan rennen, zwemmen, spelen met andere honden. In Nederland zijn er veel – Scheveningen, Zandvoort, Texel, overal hebben ze wel een hondenstrand.
In het buitenland ook. Zoek voor je vertrekt op “hondenstrand + [plaatsnaam]”. Bijvoorbeeld: “hondenstrand Zeeland Frankrijk”. Of “Hundestrand Ostsee” voor Duitsland.
Let op de seizoenen. Veel stranden laten honden alleen toe buiten het hoogseizoen (september-mei). In de zomer zijn er vaak specifieke zones voor honden, niet het hele strand.
En soms staat het niet aangegeven maar weet iedereen het. Vraag lokale mensen – “Waar kan mijn hond zwemmen?” Nederlanders die daar vaker komen delen graag hun geheime plekjes.
Let wel op: niet overal waar je hond los mag, is het ook veilig. Kijk uit voor steil terrein, drukke wegen in de buurt, of giftige planten. En als je hond niet 100% betrouwbaar terugkomt op roepen, hou hem dan toch aan de lijn. Beter voorzichtig dan sorry.
Omgaan met andere vakantiegangers en hun honden
Op vakantie kom je andere honden tegen. Veel andere honden. En niet alle baasjes zijn even oplettend.
Je hond is sociaal en speelt graag met andere honden? Mooi. Maar vraag altijd eerst: “Mag mijn hond even hallo zeggen?” Niet alle honden zijn vriendelijk. En niet alle baasjes willen dat hun hond met andere honden speelt.
Je hond is juist niet sociaal? Zeg dat gewoon. “Sorry, mijn hond speelt niet met andere honden.” De meeste mensen begrijpen dat. En loop eventueel een andere kant op – geen schaamte, je beschermt je hond.
Houd altijd controle. Ook als je hond vriendelijk is. Er zijn genoeg mensen die bang zijn voor honden, ook voor kleine. Laat je hond niet zomaar op mensen aflopen. Vraag eerst: “Vindt u honden leuk?” Als het antwoord nee is of als iemand terugdeinst, houd je je hond bij je.
Ruim altijd op. Overal. Ook in het bos. Ook als er niemand kijkt. Plastic zakjes kosten niks en je voorkomt dat anderen in de poep trappen. En je geeft andere hondenbezitters een goede naam.
Op drukke plekken – stranden, terrassen, campings – hou je je hond aangelijnd. Zelfs als loslopen toegestaan is. Te veel prikkels, te veel mensen, te veel kans op ongelukken.
Als je hond blaft naar andere honden of mensen, corrigeer dat. Niet iedereen vindt een blaffende hond grappig of “hij wil alleen maar spelen”. Werk eraan, of vermijd drukke situaties.
En andersom: als een andere hond vervelend doet tegen jouw hond, spreek het baasje aan. Vriendelijk maar duidelijk: “Kunt u uw hond bij u houden?” De meeste mensen snappen de hint.
Soms zitten er honden op de camping of vakantiepark die de hele dag alleen zijn en blaffen. Dat is vervelend, maar spreek het eerst vriendelijk aan bij het baasje. Als dat niet helpt, meld het bij de receptie. Zij kunnen er wat aan doen.
En tot slot: wees tolerant. Niet iedereen heeft zijn hond even goed onder controle. Niet iedereen ruimt even netjes op. Niet iedereen vindt honden even geweldig als jij. Dat is niet leuk, maar het is wel de realiteit. Jij zorgt dat jouw hond zich goed gedraagt, en de rest laat je los.
Wat als je hond ontsnapt of vermist raakt?
Het nachtmerriescenario. Je bent aan het wandelen, je hond ziet een konijn en rent erachteraan. Of je laat hem los in wat je denkt dat een omheind stuk is, maar er blijkt een gat in het hek te zitten. Paniek.
Blijf kalm. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar stress helpt niet. Je hond voelt je spanning en kan daardoor nog verder weglopen.
Roep zijn naam. Niet schreeuwen, maar duidelijk en met een blije stem. Rennen achter je hond aan werkt meestal niet – hij denkt dat het een spelletje is. Ga juist de andere kant op lopen en roep hem. Veel honden zijn nieuwsgierig en komen dan kijken.
Heb je een piepend speeltje of een traktatie? Gebruik dat. Geluiden die je hond kent kunnen hem teruglokken.
Als dat niet werkt, blijf op dezelfde plek. Honden komen vaak terug naar waar ze hun baasje voor het laatst hebben gezien. Ga niet weg – dat maakt het alleen maar moeilijker.
Vraag hulp aan anderen. Mensen wandelen graag mee om te zoeken. Deel een duidelijk signalement: ras, kleur, grootte, eventuele bijzonderheden.
Meld het bij de lokale dierenarts. Als iemand je hond vindt, brengen ze hem vaak naar de dierenarts. Geef een beschrijving en je telefoonnummer.
Dierenasiels in de buurt ook bellen. Zwerfhonden worden vaak daar naartoe gebracht.
Social media kan enorm helpen. Post in lokale Facebook-groepen: “Hond vermist in [plaats]”. Voeg een foto toe en je telefoonnummer. Mensen delen dat en houden hun ogen open.
Je hond heeft hopelijk een chip. Als iemand hem vingt en naar de dierenarts brengt, kunnen ze via de chip jouw gegevens vinden. Check voor je vakantie of je gegevens nog kloppen in het chipregister.
Een penning aan zijn halsband met je telefoonnummer is goud waard. Mensen kunnen je dan direct bellen zonder omweg via dierenarts of chip.
In het buitenland is het lastiger omdat je de taal vaak niet spreekt en het systeem niet kent. Vraag hulp bij je accommodatie – zij weten hoe het lokaal werkt en kunnen bellen namens jou.
De meeste verdwaalde honden worden binnen een paar uur gevonden. Ze zijn vaak niet ver weg, verborgen in de bosjes of verdwaald in een woonwijk. Blijf zoeken, blijf bellen, en geef niet op.
En preventie is beter dan genezen. Laat je hond alleen los als je zeker weet dat het veilig is. Twijfel je? Dan blijft de lijn aan. En train zijn terugroep – een hond die altijd komt als je roept, raakt veel minder snel vermist.
⭐ Speciale Situaties
Elke hond en elke situatie is uniek. Deze tips helpen je met bijzondere omstandigheden.
Met meerdere honden op vakantie: extra aandachtspunten
Eén hond meenemen is al een hele organisatie. Twee of meer honden? Dan komt er nog wat bij kijken.
Ten eerste: mag het überhaupt? Veel accommodaties hebben een maximum aantal honden. Vaak is dat twee, soms drie. Meer dan drie honden meenemen? Dan wordt het zoeken naar een plek die dat toestaat. En reken op flink hogere kosten – elke extra hond betekent extra toeslag.
In de auto wordt het ook puzzelen. Twee kleine honden kunnen misschien samen in één bench, maar twee grote honden hebben elk hun eigen plek nodig. Zorg dat ze allebei veilig vastzitten – of in aparte benches, of met eigen autogordels. En geef ze genoeg ruimte zodat ze elkaar niet irriteren tijdens de rit.
Let op de onderlinge dynamiek. Honden die thuis goed met elkaar opschieten, kunnen op vakantie ineens spanning krijgen. Nieuwe omgeving, andere geuren, veel prikkels – dat kan stress geven. En stress kan leiden tot ruzies. Houd je honden dus goed in de gaten, vooral de eerste dagen.
Voeren doe je het beste apart. Zelfs honden die thuis rustig naast elkaar eten, kunnen op vakantie ineens possessief worden over hun bak. Geef ze dus elk hun eigen plekje, liefst met wat afstand ertussen.
Bij wandelingen is de kans groot dat je handen vol zijn. Twee lijnen vasthouden is één ding, maar als ze allebei een andere kant op willen? Dan wordt het lastig. Overweeg een dubbele lijn (één handvat, twee lijnen) of leer ze thuis al om samen netjes te lopen.
Op drukke plekken zoals stranden of terrassen kun je beter één persoon per hond hebben. Anders wordt het al snel te veel. De één let op de ene hond, de ander op de andere. Zo kan iedereen ontspannen.
En vergeet niet: met meerdere honden ben je minder flexibel. Spontaan een restaurant in? Lastig. Even een museum bezoeken terwijl de honden in de auto blijven? Geen optie met meer honden. Je vakantie wordt meer gepland, minder spontaan. Dat moet je van tevoren beseffen.
Puppy’s meenemen: wanneer is je hond oud genoeg?
Die kleine puppy ogen kijken je smekend aan. Natuurlijk wil je hem meenemen op vakantie. Maar is dat wel slim?
Puur juridisch gezien kan het pas vanaf 15 weken als je naar het buitenland gaat. Je puppy moet namelijk ingeënt zijn tegen rabiës (vanaf 12 weken), en die inenting werkt pas na 3 weken. Dus 12 + 3 = 15 weken minimumleeftijd.
Maar juridisch toegestaan betekent niet automatisch verstandig. Een puppy van 15 weken is nog heel jong, nog heel kwetsbaar. Zijn immuunsysteem is nog niet volledig ontwikkeld. Vreemde bacteriën en parasieten kunnen hem ziek maken. In Zuid-Europa, waar andere ziektes heersen, is dat risico nog groter.
Ook mentaal is een jonge puppy kwetsbaar. Hij is net bezig met zijn socialisatieperiode – dat is de tijd waarin hij leert dat de wereld veilig is. Te veel nieuwe prikkels in korte tijd kan hem juist angstig maken. Een vakantie vol nieuwe geuren, geluiden, mensen en dieren kan overweldigend zijn.
Daarnaast: een puppy moet plassen. Veel plassen. Om het uur, soms vaker. Dat betekent stops tijdens de autorit, vaak overeind ’s nachts, altijd opletten. Dat is niet relaxed voor jou, en stressvol voor je puppy.
En dan de training. Een puppy is net begonnen met leren. Basis gehoorzaamheid, zindelijkheid, alleen kunnen blijven. Op vakantie komt die training vaak stil te liggen. Of erger: hij leert verkeerde dingen aan omdat de regels ineens anders zijn.
Wat is dan wel een goede leeftijd? De meeste deskundigen raden aan te wachten tot je puppy minstens 6 maanden oud is, liever 8 tot 10 maanden. Dan zijn zijn inentingen volledig, is hij mentaal wat stabieler, en heeft hij de basis van training onder de knie.
Wil je tóch eerder op vakantie? Blijf dan in Nederland. Geen lange autoritten, geen vreemde ziektes, en dicht bij huis mocht er iets misgaan. Kies een rustige accommodatie waar hij kan wennen in zijn eigen tempo. En maak het kort – een lang weekend is meer dan genoeg voor een jonge pup.
Senior honden op vakantie: waar moet je rekening mee houden?
Je hond is grijs rond zijn snuit, hij loopt wat langzamer, en die lange wandeling van vroeger is niet meer zijn ding. Betekent dat het einde van vakanties samen? Absoluut niet. Maar je moet er wel anders mee omgaan.
Oudere honden hebben rust nodig. Waar je vroeger de hele dag actief kon zijn, heeft je senior hond nu rustmomenten nodig. Plan je dag anders: korte wandeling in de ochtend, rust in de middag, rustige avondwandeling. Niet de hele dag in touw.
Let op gewrichtsproblemen. Artrose is gebruikelijk bij oudere honden. Trappen lopen kan pijnlijk zijn. Kies daarom een accommodatie op de begane grond. Of één met een lift. En neem zijn gewone medicijnen mee – dit is niet het moment om te experimenteren met nieuwe middelen.
Oude honden kunnen minder goed tegen temperatuurwisselingen. Te warm is gevaarlijk, maar te koud ook. In de winter heeft hij misschien een jasje nodig. In de zomer moet je extra alert zijn op oververhitting. Zijn temperatuurregulatie werkt niet meer zo goed als vroeger.
De autorit kan zwaarder vallen. Een jonge hond springt moeiteloos de auto in. Een oude hond heeft moeite met dat springen, of vindt het liggen op een harde ondergrond oncomfortabel. Een loopplank helpt bij het in- en uitstappen. Een dik kussen of orthopedisch matje in de bench maakt de rit comfortabeler.
Overweeg de afstand. Acht uur rijden was vroeger geen probleem. Maar voor een oude hond is dat lang en vermoeiend. Misschien is een vakantie dichterbij huis nu een betere keuze. Of splits de rit op met een overnachting onderweg.
Senior honden kunnen cognitieve achteruitgang hebben – een soort dementie bij honden. Een nieuwe omgeving kan hen in de war brengen. Ze weten niet meer waar ze zijn, worden ’s nachts onrustig, gaan dwalen. Als je hond hier tekenen van vertoont, is een vakantie misschien niet meer het beste idee.
Zorg dat je weet waar de dichtstbijzijnde dierenarts is. Bij oudere honden kan er sneller iets misgaan. Een ontstoken poot, maagproblemen, plotselinge verwardheid – je wilt snel kunnen handelen.
En het belangrijkste: luister naar je hond. Vindt hij het nog leuk? Of zie je dat hij gestrest is, niet lekker in zijn vel zit, liever thuis zou zijn? Sommige oude honden genieten nog van nieuwe avonturen. Andere hebben liever hun vertrouwde mand thuis. Er is geen schaamte in je hond thuislaten bij een goede oppas als dat beter voor hem is.
Vuurwerkvrije vakanties voor angstige honden
De meeste honden haten vuurwerk. Het lawaai, de flitsen, de onvoorspelbaarheid – het maakt ze doodsbang. En dat is niet alleen met Oud & Nieuw.
Gelukkig zijn er steeds meer vuurwerkvrije accommodaties. Vakantieparken die bewust geen vuurwerk afsteken, huisjes in afgelegen gebieden waar nauwelijks vuurwerk te horen is. Dit is ideaal voor honden met vuurwerkangst.
Zoeken naar zo’n plek? Gebruik zoektermen als “vuurwerkvrij vakantiepark” of “hondvriendelijk Oud & Nieuw”. Er zijn speciale websites die dit aanbieden. Landal en Center Parcs hebben bijvoorbeeld parken die vuurwerkvrij zijn. Ook particuliere verhuurders adverteren hier steeds vaker mee.
Let op: vuurwerkvrij betekent vaak “geen vuurwerk op het park zelf”. Maar in de wijde omgeving kan er nog steeds vuurwerk afgaan. Echt geluidsloos wordt het dus niet. Kies daarom een locatie die ook geografisch rustig ligt – midden in een bos, landelijk gebied, ver van grote steden.
De periode rond Oud & Nieuw is het meest kritiek. Maar vergeet de andere momenten niet: Halloween wordt steeds populairder en ook dan wordt er vuurwerk afgestoken. En bij sommige evenementen zoals kermissen of festivals hoor je ook knallen. Check dus altijd wat er in de buurt gebeurt tijdens je vakantie.
Wat doe je op de avond zelf? Sluit de gordijnen zodat je hond de flitsen niet ziet. Zet muziek of de TV aan om geluiden te dempen. Blijf zelf rustig – je hond voelt je spanning. En doe gewoon, alsof er niets aan de hand is. Ga niet extra aandacht geven aan je hond als hij angstig is, dat versterkt de angst alleen maar.
Natuurlijke kalmeringsmiddelen kunnen helpen. CBD-olie, Zylkene, Adaptil – er zijn verschillende opties. Bespreek met je dierenarts wat het beste is. Start er wel een paar dagen van tevoren mee, niet pas op het moment zelf.
Een Thundershirt kan ook werken. Dat is een strak jasje dat druk op het lijf geeft, wat rustgevend werkt. Niet bij alle honden even effectief, maar een poging waard.
En als alle middelen falen en je hond écht in paniek is? Dan zijn er medicijnen. Diazepam of andere kalmeringsmiddelen kunnen voorgeschreven worden door de dierenarts. Dit is de laatste optie, maar soms noodzakelijk.
Vakantie met kinderen én hond: de balans vinden
Kinderen willen naar het zwembad, het attractiepark, de speeltuin. Je hond wil wandelen, rusten, niet te veel drukte. Hoe combineer je dat?
Planning is alles. Maak van tevoren een schema. Ochtend: wandeling met de hond. Middag: zwembad met de kinderen, hond blijft op de accommodatie. Avond: rustige activiteit samen, zoals een picknick in het park. Zo krijgt iedereen aandacht.
Kies een accommodatie waar de hond veilig alleen kan blijven. Een vakantiehuis met een omheinde tuin is ideaal. De hond kan naar buiten, maar kan niet weg. En de kinderen kunnen bij het zwembad terwijl de hond thuis rust.
Niet alle activiteiten zijn geschikt voor honden. Attractieparken, drukke stranden in het hoogseizoen, binnenmusea – daar kan je hond niet mee naartoe. Dat moet je accepteren. Plan die activiteiten op momenten dat iemand bij de hond kan blijven. Of wissel af: de ene dag gaat papa met de kinderen naar het pretpark, mama blijft met de hond. De volgende dag andersom.
Leg aan de kinderen uit dat de hond rust nodig heeft. Niet de hele tijd aaien, niet trekken aan zijn oren, niet achternazitten. Een hond is geen speelgoed. Leer ze de signalen herkennen van “laat me met rust”: weglopen, wegkijken, geeuwen. Als de hond die signalen geeft, laten de kinderen hem met rust.
Zoek activiteiten die voor iedereen leuk zijn. Wandelen in het bos met een speurtocht voor de kinderen. Een hondenstrand waar de kinderen kunnen spelen en de hond kan rennen. Een kinderboerderij waar honden welkom zijn (niet overal, dus check vooraf). Zo wordt niemand verwaarloosd.
Op de accommodatie: zorg dat de hond zijn eigen plek heeft. Een rustige hoek waar hij heen kan als het allemaal te druk wordt. Niet midden in de woonkamer waar de kinderen constant langslopen. Zijn bench of mand in een rustigere kamer, met de deur op een kier. Zo kan hij zich terugtrekken.
En wees realistisch. Een vakantie met kinderen én hond is druk. Het is niet die relaxte vakantie waar je van droomde. Er is altijd wel iemand die aandacht nodig heeft. Dat is prima, zolang je dat van tevoren beseft. En accepteer dat sommige dingen gewoon niet lukken. Dat restaurant waar jullie naartoe wilden maar waar geen honden welkom zijn? Haal je het een andere keer wel in.
🏡 Accommodatie & Bestemming
De juiste accommodatie en bestemming maken het verschil tussen een geslaagde en minder geslaagde vakantie.
Hoe herken je écht hondvriendelijke accommodaties?
“Honden toegestaan” staat erbij. Maar betekent dat ook dat je hond écht welkom is? Lang niet altijd.
Echte hondvriendelijkheid zie je aan de details. Staat er op de website: “We houden van honden!”? Of alleen: “Huisdieren toegestaan tegen meerprijs”? Die eerste klinkt een stuk enthousiaster. En dat vertaalt zich vaak in hoe ze je hond behandelen.
Kijk of er speciale voorzieningen zijn. Een omheinde tuin waar je hond veilig kan rondlopen. Een hondendouche bij de ingang (handig na een modderige wandeling). Hondenmanden of dekens aanwezig. Voerbakken en waterbakken. Dat zijn signalen dat ze nagedacht hebben over honden.
Lees de reviews. Andere hondenbezitters vertellen vaak eerlijk hoe hondvriendelijk een plek echt is. “We werden heel hartelijk ontvangen met onze hond” is een goed teken. “De eigenaar keek zuur toen we met de hond arriveerden” is dat niet.
Check de huisregels. Mogen honden op het meubilair? (Sommige vinden dat prima, andere absoluut niet.) Mag je hond alleen blijven in het huisje? Zijn er bepaalde kamers waar hij niet mag komen? Hoe strikter de regels, hoe minder écht hondvriendelijk.
De toeslag zegt ook iets. Vijf euro per nacht is redelijk. Dertig euro per nacht voelt meer als “we willen eigenlijk geen honden maar tolereren ze”. Helemaal geen toeslag kan betekenen dat ze honden echt waarderen. Of dat ze het vergeten te vermelden – dat komt ook voor.
Bel of mail voor je boekt. Stel specifieke vragen: “Is er een plek in de buurt waar mijn hond los kan lopen?” “Zijn er veel andere honden op de accommodatie?” “Wat als mijn hond ’s nachts blaft?” De manier waarop ze antwoorden, zegt vaak genoeg. Enthusiast en behulpzaam? Goed teken. Kortaf en afwijzend? Zoek verder.
Let op foto’s. Zie je honden op de foto’s van de accommodatie? Dat is vaak een aanwijzing dat ze er veel ervaring mee hebben. Geen enkele hond op de foto’s? Dan is het misschien meer een “we moeten wel, want anders verliezen we klanten” situatie.
En tot slot: sommige accommodaties zijn specifiek voor mensen met honden. Hondenpensionachtige vakantiehuizen met speciale voorzieningen. Die zijn 100% hondvriendelijk, maar vaak ook wat duurder. Als je weet dat je hond echt welkom is, kan het de extra investering waard zijn.
Omheinde tuin: hoe belangrijk is dat echt?
Een omheinde tuin staat vaak bovenaan het verlanglijstje. Logisch – je hond kan naar buiten zonder dat je bang hoeft te zijn dat hij wegloopt. Maar hoe belangrijk is het nou echt?
Voor sommige honden is het essentieel. Honden die snel weglopen, jachthonden die een konijn ruiken en ervandoor gaan, jonge energieke honden die nog niet goed luisteren. Voor hen is een omheinde tuin een must. Zonder is het constant opletten en aan de lijn houden.
Voor rustige, oudere honden die toch niet ver gaan, is het minder belangrijk. Zo’n hond blijft meestal gewoon bij je in de buurt. Een open tuin is dan geen probleem, zolang er geen drukke weg naast ligt.
Maar let op: “omheinde tuin” betekent niet automatisch “hondveilig”. Sommige hekken hebben grote gaten waar een kleine hond doorheen kan. Andere zijn laag genoeg dat een grote hond erover kan springen. En soms is er een poortje dat niet goed sluit. Check dus bij aankomst altijd even hoe veilig die omheining echt is.
Sommige accommodaties zeggen dat ze een omheinde tuin hebben, maar bedoelen eigenlijk “er staat een laag muurtje”. Vraag van tevoren: hoe hoog is het hek? Is het echt rondom dicht? Zijn er openingen? Zo voorkom je teleurstellingen.
Een alternatief is een lange lijn. Een lijn van 10 of 15 meter geeft je hond veel vrijheid, maar hij kan niet weg. Maak hem vast aan een grondpen (een schroef die je in de grond draait) en je hond kan een grote cirkel rondlopen. Niet zo vrijheid als een omheinde tuin, maar beter dan niets.
En vergeet niet: een omheinde tuin is niet altijd ideaal. Soms zit er een drukke weg vlakbij waar veel herrie is. Of de buren hebben een hond die de hele tijd blaft. Of de tuin is vol stenen en er is geen gras. Een omheinde tuin is fijn, maar niet het enige criterium.
Als je echt niet zonder kunt, specificeer het in je zoekopdracht. “Vakantiehuis met omheinde tuin” als zoekterm. En vraag het nogmaals na bij het boeken, om zeker te zijn. Niets is frustrerender dan aankomen en ontdekken dat die “omheinde tuin” eigenlijk drie paaltjes met wat kippengaas is.
De beste periodes om met je hond op vakantie te gaan
Timing kan het verschil maken tussen een heerlijke vakantie en een stressvolle ervaring.
De voor- en naseizoen zijn vaak ideaal. Mei, juni, september en oktober hebben meestal aangenaam weer, maar het is minder druk. Stranden zijn rustiger, wandelpaden ook, en accommodaties zijn vaak goedkoper. Perfect voor honden die niet van drukte houden.
Juli en augustus zijn het hoogseizoen. Het is warm, druk, en duur. Veel hondenstranden zijn maar een paar uur per dag open. In Zuid-Europa is het vaak te heet voor je hond. Als je deze maanden toch wilt, ga dan naar koelere bestemmingen: Scandinavië, Schotland, de bergen.
De winter kan ook mooi zijn, vooral in Nederland. Een vakantiehuisje in de Ardennen of op de Veluwe, sneeuw in de bossen, gezellig bij de open haard. Veel honden vinden sneeuw geweldig. Let wel: oudere honden of honden met korte vacht kunnen het koud krijgen. Een jasje is dan geen overbodige luxe.
Vermijd extreem weer. Tropische temperaturen boven de 30 graden zijn gevaarlijk voor honden. Maar ook extreme kou onder de -10 graden kan problematisch zijn, vooral voor kleine of kortharige honden.
Let op schoolvakanties. In vakantieweken is het overal drukker en duurder. Als je geen kinderen hebt die aan schoolvakanties gebonden zijn, kun je beter buiten die periodes gaan. Rustiger, goedkoper, leuker.
Denk ook aan evenementen. Kermissen, festivals, nationale feestdagen – daar komt vuurwerk en drukte bij. Als je hond daar bang voor is, vermijd die periodes. Of kies juist een rustige, afgelegen plek waar je daar geen last van hebt.
In Zuid-Europa begint het hoogseizoen al eerder. Pasen kan in Spanje en Frankrijk al heel druk zijn. En in de herfst blijft het daar langer goed weer dan in Nederland. September en oktober zijn vaak prachtige maanden in Zuid-Europa, en een stuk rustiger dan de zomer.
Voor specifieke bestemmingen: check het klimaat. Kroatië is in augustus bloedruk en heel heet. In mei is het er prachtig weer en rustig. De Belgische Ardennen zijn in juli en augustus vol Nederlanders. In juni of september heb je de bossen bijna voor jezelf.
En tot slot: als je heel flexibel bent, boek dan last minute. Vaak zijn er mooie deals in de tussenseizoenen. Jij bespaart geld, je hond heeft een rustigere vakantie, iedereen blij.
Hondvriendelijkheid per land: culturele verschillen
Niet elk land staat even welwillend tegenover honden. En zelfs binnen hondvriendelijke landen zijn er regionale verschillen.
Duitsland is één van de meest hondvriendelijke landen. Honden zijn welkom in veel restaurants, hotels, zelfs sommige winkels. Er zijn speciale hondenparkeerplaatsen langs de snelweg. Wel zijn er regels: in sommige deelstaten zijn bepaalde rassen verboden of moet je een hondenbelasting betalen als toerist. En muilkorven zijn soms verplicht in het openbaar vervoer.
Oostenrijk is vergelijkbaar met Duitsland. Honden zijn algemeen geaccepteerd, vooral in toeristische berggebieden. In hotels en restaurants zijn ze vaak welkom. Wel aangelijnd in natuurgebieden en soms een muilkorf verplicht in steden.
Frankrijk kan verrassend zijn. Parijs is hondvriendelijk – honden in de metro, op terrassen, zelfs in sommige restaurants. Maar in Zuid-Frankrijk, vooral in kleinere dorpjes, zijn ze minder enthousiast. En let op: bepaalde hondenrassen zijn verboden of hebben strikte eisen (zoals de Stafford).
Spanje verschilt enorm per regio. Cataluña en Baskenland zijn redelijk hondvriendelijk. Andalusië en andere traditionele gebieden minder. Stranden hebben vaak strikte regels: honden alleen vroeg in de ochtend of laat in de avond. In steden moet je hond vaak aangelijnd en gemuilkorfd zijn.
Italië is lastig. In het noorden zijn ze gewend aan honden. In het zuiden veel minder. Restaurants laten honden vaak niet toe, ook niet op het terras. Wel zijn er steeds meer hondvriendelijke stranden en accommodaties, vooral in toeristische gebieden.
Scandinavië (Noorwegen, Zweden) is heel hondvriendelijk, maar heeft strikte regels voor loslopende honden tijdens het broedseizoen (april-augustus). Daarbuiten mag je hond vaak overal los. Wel zijn de invoerregels streng, met verplichte ontworming.
België en Nederland zijn vergelijkbaar. Honden worden redelijk geaccepteerd, maar het verschilt per gelegenheid. Sommige terrassen zijn oké, andere niet. Vraag altijd even.
Het Verenigd Koninkrijk heeft na de Brexit aparte regels. Het is complexer geworden om je hond mee te nemen. Check dit goed van tevoren. Qua acceptatie: honden zijn welkom in pubs en op veel plekken buiten, maar minder in restaurants.
Oost-Europa (Polen, Tsjechië, Kroatië) is wisselend. In toeristische gebieden zijn ze gewend aan honden. Verder weg van de toeristische routes minder. Verwacht geen speciale hondenfaciliteiten, maar meestal is je hond wel toegestaan.
En overal geldt: in grote steden zijn ze gewend aan honden, in kleine dorpjes op het platteland soms verbaasd. Vraag altijd even, wees respectvol, en houd je aan de lokale regels.
Stad, strand of natuur: welke bestemming past bij jouw hond?
Niet elke hond houdt van hetzelfde. En niet elke bestemming past bij elk hondenkarakter.
Natuurliefhebbers: bossen en bergen
Voor actieve honden die van wandelen houden, is natuur ideaal. Denk aan de Ardennen, de Duitse Eifel, de Oostenrijkse Alpen, of gewoon de Veluwe in Nederland. Eindeloze wandelpaden, veel te snuffelen, vaak losloopgebieden. Honden als Border Collies, Retrievers, Herders – die gaan hier helemaal los. Let wel: goede conditie is nodig. Bergwandelingen zijn zwaar. En in de zomer kan het heet zijn, dus plan je wandelingen in de ochtend en avond.
Strandliefhebbers: zee en zand
Honden die van water houden, zijn dol op het strand. Rennen door het zand, zwemmen in de golven, graven in het zand. Nederlandse kust, België, Noord-Frankrijk, de Duitse Noordzee – er zijn genoeg opties. Let op de seizoenen: in de zomer zijn veel stranden alleen ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat toegankelijk voor honden. In voor- en naseizoen is vaak het hele strand vrij. Nadeel: niet alle honden vinden zand prettig (vooral kleine honden met lange vacht), en niet alle honden kunnen zwemmen.
Stadshonden: cultuur en terrassen
Rustige, goed gesocialiseerde honden kunnen prima mee naar een stad. Terrassen, door straten wandelen, kijken naar mensen. Kleine honden vinden dit vaak leuk. Grote honden kunnen het ook, maar niet alle steden zijn daar ingericht op. Kies dan wel een hondvriendelijke stad: Berlijn, Wenen, Kopenhagen zijn voorbeelden. Vermijd grote, toeristische steden in het hoogseizoen – te druk, te warm, te veel prikkels.
Rustzoekers: landelijk en afgelegen
Oudere honden of honden die snel gestrest zijn, hebben rust nodig. Een afgelegen vakantiehuisje op het platteland is dan perfect. De Belgische Kempen, de Franse Auvergne, Midden-Duitsland – plekken waar weinig gebeurt. Geen drukte, geen geluiden, gewoon ruimte en stilte. Ideaal om te ontspannen. Nadeel: er is vaak weinig te doen voor mensen die van activiteit houden.
Gemengde vakanties: vakantiepark
Weet je niet wat je hond het leukste vindt? Of wil je opties? Een vakantiepark combineert vaak het beste van alles. Meestal liggen ze in een bosrijke omgeving (wandelen), soms bij water (zwemmen), en er zijn faciliteiten (restaurant, zwembad). Landal, Center Parcs, en Roompot hebben veel hondvriendelijke parken. Let wel: het kan druk zijn met andere honden en kinderen.
Tip: begin klein
Weet je niet hoe je hond reageert op verschillende omgevingen? Begin met een weekend dichtbij. Probeer strand, probeer bos, kijk waar hij het gelukkigst is. Dan weet je voor je volgende vakantie wat het beste past.
En vergeet niet: jouw voorkeur telt ook. Als jij helemaal niet van wandelen houdt, word je niet blij in de bergen. Zoek een balans tussen wat jij leuk vindt en wat je hond fijn vindt. Vaak is dat goed te combineren.
















