Op zoek naar de leukste bezienswaardigheden van Reykjavik? Dan zit je hier goed. De IJslandse hoofdstad is de meest noordelijke hoofdstad ter wereld en telt zo’n 120.000 tot 200.000 inwoners, afhankelijk van waar je de stadsgrens trekt. Het centrum is compact en overzichtelijk, dus je wandelt makkelijk van de ene bezienswaardigheid naar de andere. Ooit was Reykjavik een klein vissersdorpje: rond 1900 woonden er nog geen 7.000 mensen. Die geschiedenis zie je nog terug in de straten, waar veel huizen zijn opgetrokken uit gekleurde metalen golfplaten, ooit het perfecte alternatief voor het schaarse hout op het eiland.
Reykjavik zelf is klein, maar de mooiste natuur van IJsland ligt net buiten de stad. Daarom staan er in dit lijstje ook een paar dagtrips die je vanuit de hoofdstad makkelijk kunt doen. Deze 14 bezienswaardigheden mag je als beginner in en rondom Reykjavik écht niet missen.
Welk hotspots mag jij niet missen? Onze tips:
- Voor de mooiste foto’s: De Sun Voyager, de Hallgrímskirkja en de Regnbogagatan (het regenboogstraatje in Laugavegur) zijn de plekken waar je je camera sowieso paraat moet hebben. Ga voor de Sun Voyager het liefst rond zonsondergang, dan glimt het roestvrij staal het mooist met de bergen op de achtergrond.
- Voor het beste uitzicht: Wil je Reykjavik van bovenaf zien? Klim de toren van de Hallgrímskirkja op 74 meter hoogte, of pak het gratis dakterras van Perlan, boven op de oude watertanks. Ben je liever laag bij de grond maar wel met uitzicht, dan is de heuvel Þúfa bij de oude haven een verrassend leuk alternatief.
- Bij slecht weer: Reykjavik heeft genoeg te bieden als het regent. Perlan combineert een ijsgrot, planetarium en volcano show onder één dak, Harpa is gratis te bezichtigen en heeft indrukwekkende architectuur, en het IJslands Fallologisch Museum zorgt in elk geval voor een gespreksonderwerp.
- Gratis te bezoeken: Reykjavik is niet goedkoop, dus deze plekken zijn fijn voor je portemonnee: de Sun Voyager, Höfði House (van buitenaf), het Tjörnin meer met de vogels, en de binnenkant van Harpa.
De Hallgrímskirkja
De Hallgrímskirkja is het bekendste gebouw van Reykjavik en duikt vanuit bijna elke straat in de stad op. De kerk werd gebouwd tussen 1945 en 1986 en is vernoemd naar de IJslandse hymneschrijver Hallgrímur Pétursson. Architect Guðjón Samúelsson liet zich bij het ontwerp inspireren door de basaltzuilen die je overal in de IJslandse natuur tegenkomt, en dat zie je goed terug in de gestileerde, puntige gevel. Binnen is de kerk juist heel sober, op het orgel na: dat heeft maar liefst 5275 pijpen. Met de lift ga je naar boven tot aan de klokken op 74 meter hoogte, waarna je nog een paar treden zelf moet lopen voor het uitzicht over de gekleurde daken van de stad. Voor de kerk staat een standbeeld van Leif Eriksson, die volgens IJslanders zo’n 500 jaar voor Columbus al voet aan wal zette in Noord-Amerika.

Sun Voyager
Aan de boulevard langs het water staat de Sun Voyager, het bekendste kunstwerk van Reykjavik. Kunstenaar Jón Gunnar Árnason onthulde het beeld in 1990, en veel mensen denken dat het een Vikingschip voorstelt. Dat is niet zo: Árnason noemde het zelf een droomboot als ode aan de zon. Het beeld is gemaakt van roestvrij staal, en de slanke, gebogen vormen glimmen mooi in het licht, vooral bij zonsondergang met de bergen op de achtergrond. De Sun Voyager ligt aan de Sculpture and Shore Walk, een wandelpad langs de kust met nog een paar andere kunstwerken, tussen Harpa en het historische Höfði House. Het is een van de meest gefotografeerde plekken van IJsland, dus reken op gezelschap als je er ’s avonds naartoe gaat voor de foto.

Harpa
Harpa is het concert- en congresgebouw van Reykjavik en meteen het duurste gebouw dat ooit in IJsland is neergezet: de bouw kostte zo’n 120 miljoen euro. Deense architect Henning Larsen ontwierp het gebouw samen met kunstenaar Olafur Eliasson, en de gekleurde, glazen gevel is geïnspireerd op de basaltzuilen uit het IJslandse landschap. Binnen telt de concertzaal 1800 zitplaatsen, en het gebouw won in 2013 de Mies van der Rohe-prijs van de Europese Unie voor hedendaagse architectuur. Je kunt gratis naar binnen om het gebouw te bekijken, en met kinderen is de gratis muziekspeeltuin op de begane grond een leuke stop. Wil je ook een voorstelling zien? “How to become Icelandic in 60 minutes” vertelt in het Engels over de IJslandse cultuur en geschiedenis, en wordt meerdere keren per week opgevoerd.

Laugavegur
Laugavegur is de hoofdstraat van Reykjavik en de plek om een middagje doorheen te struinen. De straat en de zijstraatjes staan vol kleurrijke huisjes, vintage winkels, cadeauwinkeltjes met IJslandse wollen truien en tientallen koffietentjes en bars. Overdag is het er rustig shoppen, maar zodra de avond valt verandert Laugavegur in het hart van het nachtleven van Reykjavik. Clubs, cafés en bars liggen hier vlak bij elkaar, dus als je bij de ene tent uitgekeken bent, loop je zo naar de volgende. In een van de zijstraten vind je ook de Regnbogagatan, de kleurrijke regenboogstraat die uitkijkt op de Hallgrímskirkja en een van de bekendste fotospots van de stad is.

De oude haven
De oude haven van Reykjavik ligt aan de noordkant van de stad, vlak bij Harpa, en is het vertrekpunt voor de walvistochten en boten naar de papegaaiduikers. Langs de kade liggen kleurrijke vissersboten naast walvisjagers, en in de pittoreske steegjes zitten restaurants en cafés in oude gerenoveerde vissershuisjes. Bij Sægreifinn, te herkennen aan de turquoise gevel, kun je de lokale kreeftensoep proberen. In de haven zit ook het Vikin Maritime Museum, dat de scheepvaartgeschiedenis van IJsland laat zien, en Whales of Iceland, een tentoonstelling met 23 levensgrote replica’s van walvissoorten uit de wateren rond IJsland. Loop je door naar de andere kant van de haven, dan kom je bij Þúfa: een groene heuvel van 4500 ton grind met een traditionele vishut op de top en uitzicht over de haven.

Perlan
Perlan is gebouwd op zes enorme watertanks die vroeger het warme water voor de stad opsloegen, en is nu een van de populairste musea van IJsland. In een van de tanks loop je door een ijsgrot van 100 meter lang, waarvoor je echt een muts en handschoenen nodig hebt. Verder zijn er een planetariumshow over het noorderlicht en de Volcano Show, een film over recente vulkaanuitbarstingen in IJsland. Overal in het museum staan interactieve spellen waarmee je meer leert over de IJslandse natuur. Vanaf het dakterras boven op de tanks heb je een panoramisch uitzicht over heel Reykjavik en de bergen eromheen, en dat uitzicht kun je gratis bezoeken, ook zonder museumticket.

Walvissen spotten
IJsland is een van de beste plekken in Europa om walvissen te spotten, en vanuit de oude haven van Reykjavik vertrekken het hele jaar door boottochten de Atlantische Oceaan op. In de zomer is de kans op het zien van een walvis zo’n 90 procent, in de winter nog altijd 65 procent. Je komt onder andere dwergvinvissen, de blauwe vinvis en witsnuitdolfijnen tegen, en met veel geluk zelfs orka’s in de winter. De tochten duren meestal zo’n 3 uur en je krijgt vaak een warme overall aan tegen de kou op het dek. Tussen begin mei en half augustus varen er ook speciale boottochten naar de eilanden Lundey en Akurey, waar je de papegaaiduikers van dichtbij kunt zien.

IJslands Fallologisch Museum
Dit museum kom je niet elke dag tegen: het IJslands Fallologisch Museum is het enige penismuseum ter wereld. De collectie begon in 1974 als grap, toen de oprichter een stierenpenis-pizzle cadeau kreeg, en groeide uit tot meer dan 200 exemplaren van IJslandse land- en zeedieren. Je ziet penissen van walvissen, walrussen en ijsberen, en het grootste stuk is een potvispenis van ruim 1,5 meter lang. Bij elk exemplaar staat uitleg over het dier waar het vandaan komt, dus je leert er ook nog wat van, hoe gek het in eerste instantie ook klinkt. Het museum is niet groot, je bent er zo doorheen, maar het is precies het soort bezienswaardigheid waar je nog weken later grappen over maakt.

Het Tjörnin meer
Het Tjörnin meer ligt midden in het historische centrum van Reykjavik, vlak bij het stadhuis en het parlementsgebouw. Rond het meer leven meer dan 50 verschillende vogelsoorten, en zodra je er een rondje loopt, vergeet je bijna dat je middenin een hoofdstad staat. In het stadhuis aan de rand van het meer kun je gratis een 3D-maquette van heel IJsland bekijken. In de winter vriest het meer soms dicht en kun je er schaatsen, in de zomer is het vooral een rustige wandelplek voor locals. Vanaf het meer loop je zo door naar het Austurvöllur-plein, waar het parlementsgebouw uit 1881 staat en het standbeeld van onafhankelijkheidsleider Jón Sigurðsson.

Höfði House
Höfði House is een witte houten villa die van 1938 tot 1952 dienstdeed als de Britse ambassade in Reykjavik. Wereldberoemd werd het huis pas in 1986, toen Amerikaans president Ronald Reagan en Sovjetleider Michail Gorbatsjov hier bijeenkwamen voor besprekingen die zouden bijdragen aan het einde van de Koude Oorlog. Het plaatsen van de handtekeningen ging op het laatste moment niet door, maar de ontmoeting bleef historisch. Je kunt het huis alleen van buitenaf bekijken, met een standbeeld en informatieborden ernaast, maar de vlaggen van de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie hangen er nog altijd binnen ter herdenking. Het huis ligt aan de kustwandeling tussen de Sun Voyager en Harpa, dus je loopt er vanzelf langs.

Videy Island en het noorderlicht
Vanaf de oude haven van Reykjavik vaart binnen 15 minuten een veerboot naar Videy Island, een eilandje van zo’n 1,7 vierkante kilometer dat is ontstaan uit een uitgedoofde vulkaan. Op het eiland staat de Imagine Peace Tower, een gedenkteken dat Yoko Ono liet bouwen voor John Lennon. De toren bestaat uit een kolom van licht waarop in 24 talen “Stel je vrede voor” staat geprojecteerd, en die wordt op vaste data tussen oktober en maart ’s avonds aangezet. Datzelfde eiland, met weinig lichtvervuiling in de buurt, is ook een goede plek om het noorderlicht te spotten. Tussen oktober en maart heb je de meeste kans, vooral tussen 21.00 en 2.00 uur bij een heldere hemel, en met een app als My Aurora Forecast zie je vooraf hoe hoog de kans die avond is.

Grotta Lighthouse
Grotta Lighthouse is de vuurtoren van Reykjavik en staat op het schiereiland Seltjarnarnes, in het noordwesten van de stad. De toren zelf is 23 meter hoog, en vanaf het centrum loop je er via een kustwandeling van zo’n 5 kilometer naartoe, langs een golfbaan en met steeds mooi zicht op de bergen in de verte. Let op het tij: het laatste stukje naar de vuurtoren kun je alleen bij eb echt betreden, bij vloed staat het water te hoog. Onderweg passeer je ook de Kvika hot spring, een klein thermisch voetenbadje in een grote rotsblok, net groot genoeg om je voeten in op te warmen na de wandeling. ’s Avonds is dit gebied, ver van de lichten van het centrum, ook een van de betere plekken in de stad om het noorderlicht te zien.

De Blue Lagoon
De Blue Lagoon ligt niet in Reykjavik zelf, maar op zo’n 39 kilometer afstand, tussen de stad en het vliegveld in, en hoort toch bij bijna elk bezoek aan de hoofdstad. Het is de bekendste warmwaterbron van IJsland: het melkblauwe water houdt een temperatuur van ongeveer 39 graden en is rijk aan mineralen en silicaten. In het water kun je gratis een masker van silicamodder ophalen en op je gezicht smeren, waarna je huid opvallend zacht aanvoelt. De lagune ligt in een oud lavaveld, dus je zwemt letterlijk tussen de zwarte rotsen. Het is een van de duurdere bezienswaardigheden op deze lijst en in het hoogseizoen behoorlijk druk, maar reserveer op tijd een tijdslot en het is de moeite meer dan waard.

De Golden Circle
De Golden Circle is een route van ongeveer 250 tot 300 kilometer die start en eindigt in Reykjavik, en in één dag laat zien hoe divers IJsland is. Onderweg kom je langs Geysir, een geothermisch gebied waar de geiser Strokkur om de paar minuten kokend water tot wel 20 meter de lucht in spuit. Vlakbij ligt Gullfoss, de bekendste en meest indrukwekkende waterval van het land. De laatste stop is meestal Thingvellir National Park, met de zichtbare breuklijn tussen de Europese en Amerikaanse tektonische platen en het grootste meer van IJsland. Heb je nog tijd over, dan kun je ook de Kerið vulkaankrater met zijn felblauwe kratermeer meepakken. Met een huurauto rijd je de route zelf, zonder auto kun je een dagtour vanuit Reykjavik boeken.

Bekijk andere blogs over deze regio
FAQ: veelgestelde vragen
Het centrum is compact, dus de belangrijkste iconen als de Hallgrímskirkja, Harpa, Sun Voyager en Laugavegur doe je makkelijk lopend in één dag. Wil je ook een museum of twee meepikken, zoals Perlan of het Fallologisch Museum, reken dan op 2 dagen voor de stad zelf.
Nee, de Blue Lagoon ligt zo’n 39 kilometer buiten de stad, richting het vliegveld. Het wordt vaak wel als onderdeel van een Reykjavik-bezoek gezien omdat je er zo makkelijk een dagdeel naartoe kunt.
Ga voor Videy Island of de omgeving van Grotta Lighthouse. Beide liggen ver genoeg van de lichten van het centrum af, en tussen oktober en maart, het liefst tussen 21.00 en 2.00 uur, heb je daar de meeste kans.
Zeker. Er vertrekken dagelijks dagtours vanuit Reykjavik die je langs Geysir, Gullfoss en Thingvellir National Park brengen, dus je hebt geen eigen vervoer nodig om deze route te rijden.
Dat kan allebei, maar als je moet kiezen: de Hallgrímskirkja geeft je het uitzicht midden in de stad met alle gekleurde daken, terwijl je vanaf Perlan juist de hele stad in perspectief ziet met de bergen erachter. Voor de foto met de kerk zelf erop kun je die het beste vanaf Perlan nemen.





