Op zoek naar de mooiste bezienswaardigheden van Senegal? Dan zit je hier helemaal goed. Dit relatief kleine land in West-Afrika is enorm divers: van goudgele stranden en mangrovedelta’s tot woestijnduinen, koloniale steden en een zwarte slavernijgeschiedenis. Massatoerisme zul je er (nog) niet vinden, waardoor Senegal heerlijk authentiek aanvoelt. Zodra je het vliegtuig uit stapt, voel je de Afrikaanse warmte, geuren en vibes meteen. Het land is goed bereikbaar: vanuit Nederland vlieg je in zo’n 6 uur naar luchthaven Blaise Diagne bij Dakar, met maar twee uur tijdsverschil. Veel mensen komen voor de zon en het strand, maar wie verder kijkt dan het resort ontdekt het echte Afrika. Van safari’s en roze meren tot drukke vismarkten: dit zijn volgens ons de 12 mooiste bezienswaardigheden van Senegal die je niet mag missen.
Welk hotspots mag jij niet missen? Onze tips:
- Voor de mooiste foto’s: Niets is zo fotogeniek als het felroze water van het Lac Rose op een zonnige dag. Ook de pastelkleurige straatjes van Île de Gorée en het afbrokkelende koloniale Saint-Louis leveren prachtige plaatjes op. En vergeet Le Baobab Sacré niet, met zijn omtrek van 30 meter.
- Op safari en dieren spotten: Wil je wilde dieren zien, ga dan naar Bandia Nature Reserve voor neushoorns, giraffes en zebra’s. In de Saloum Delta vaar je langs flamingo’s en met geluk dolfijnen, en in Djoudj Nationaal Park strijken miljoenen trekvogels neer, met enorme kolonies pelikanen en flamingo’s.
- Met kinderen: De minisafari in Bandia is ideaal voor kids, want het park is klein en je spot vrijwel zeker dieren. In Saly kunnen ze ravotten op het strand en mee op de banaan, en in de Lompoul woestijn is sandboarden op de duinen een groot avontuur.
- Voor geschiedenis en cultuur: Île de Gorée en het Slavenhuis maken diepe indruk en vertellen het verhaal van de slavenhandel. In Saint-Louis en de hoofdstad Dakar proef je de Franse koloniale geschiedenis, en op het bijzondere schelpeneiland Fadiouth liggen christenen en moslims naast elkaar begraven.
Bekijk populaire hotels in de deze regio
Île de Gorée
Vlak voor de kust van Dakar ligt Gorée, een eilandje met een zwarte geschiedenis. Van de 15e tot de 19e eeuw was het een centrum van de slavenhandel, en ook de Nederlanders waren hier aan de macht – de naam komt van het Nederlandse ‘Goede Reede’. Het bekendste gebouw is La Maison des Esclaves, waar je de kleine cellen ziet en de beruchte ‘door of no return’. Sinds 1978 staat het hele eiland op de UNESCO-lijst. Naast die grimmige kant is het er nu juist kleurrijk en rustig: pastelkleurige huizen, smalle straatjes en kraampjes met Afrikaanse maskers. Op het hoogste punt staan twee oude kanonnen uit de film The Guns of Navarone. De ferry vanuit Dakar doet er zo’n 20 minuten over. Let op: de laatste boot terug gaat vroeg.

Dakar
Dakar is de hoofdstad en meteen de plek waar je aankomt. De meeste toeristen reizen direct door naar hun resort, maar dat is zonde, want de stad is kleurrijk en bruisend. Met 2,5 à 3 miljoen inwoners ligt Dakar op het meest westelijke puntje van Afrika. Door de Franse koloniale invloeden wordt het wel het ‘Parijs van West-Afrika’ genoemd. Je vindt er levendige markten zoals de Sandaga en de Kermel, vol stoffen, sieraden en exotisch fruit. Mis ook de Cathedrale du Souvenir niet, de grootste kerk van het land, en de Mosquée de la Divinité die pal aan het strand staat. Wil je de stad echt leren kennen, overnacht dan een nacht: ’s avonds gaan de trendy restaurants, cafés en livemuziek los.

Bandia Nature Reserve
In Bandia ga je op safari, en dat is verrassend makkelijk: het reservaat ligt maar 15 kilometer van Saly en 65 kilometer van Dakar. In dit omheinde park van 3.500 hectare zijn dieren geherintroduceerd die in Senegal waren verdwenen. In een open jeep zoek je naar neushoorns, giraffes, zebra’s, buffels, struisvogels, krokodillen en allerlei apen. Olifanten en grote roofdieren ontbreken, maar omdat het park klein is, is de kans groot dat je veel ziet. Een rondrit duurt zo’n twee uur. Onderweg stop je bij een enorme baobabboom en bij een poel vol krokodillen. Bij het restaurant lopen brutale apen rond die je spullen jatten als je niet oplet. Ideaal voor wie nog nooit op safari is geweest.

Lac Rose
Iets boven Dakar ligt Lake Retba, beter bekend als het Lac Rose oftewel het Roze Meer. Het water kleurt soms felroze door microscopische algen die een rood pigment afscheiden om het extreem zoute water te overleven. Het zoutgehalte is hier zo’n tien keer hoger dan in zee, waardoor je net als in de Dode Zee gewoon blijft drijven. Let op: het meer is niet altijd roze. De kleur komt het best uit op een zonnige dag met wat wind, omdat beweging in het water het pigment zichtbaar maakt. Op het meer wordt nog volop zout gewonnen door de lokale bevolking. Het Lac Rose werd wereldberoemd als eindpunt van de rally Parijs-Dakar. Spoel je na een duik wel goed af.

Saint-Louis
In het uiterste noorden, vlak bij de grens met Mauritanië, ligt Saint-Louis. Dit was ooit de hoofdstad van Senegal en een van de belangrijkste handelssteden van West-Afrika. De Franse koloniale charme zie je nog overal: vervallen huizen met afbrokkelend roze pleisterwerk en smeedijzeren balkons, die doen denken aan Havana of New Orleans. Je steekt de Pont Faidherbe over, een 507 meter lange brug over de Senegal-rivier. De stad ontdek je het best te voet, slenterend door de straatjes en langs de levendige visserswijk waar het krioelt van mensen en dieren. Sinds 2000 staat Saint-Louis op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Vlakbij ligt natuurgebied Langue de Barbarie, een schiereiland vol vogels en zeeschildpadden.

Lompoul woestijn
In Senegal vind je een uitloper van de Sahara: de Lompoul woestijn, met metershoge oranje zandduinen. Het mooiste hier is overnachten in een tentenkamp tussen de duinen, in traditionele Mauritaanse tenten met een eenvoudig eigen badkamertje. Overdag kun je sandboarden, quad rijden of een jeeptour maken over de duinen, en sommige kampen bieden zelfs kamelenritten aan. ’s Avonds wordt er rond het kampvuur gedanst op live Afrikaanse muziek en staat er een lokaal diner klaar – en boven je hoofd een waanzinnige sterrenhemel. Zet de wekker, want de zonsopgang boven het zand wil je niet missen. De woestijn ligt zo’n drie tot vier uur rijden van strandbestemmingen als Saly en Thiès, vaak gecombineerd met een bezoek aan Saint-Louis.

Nationaal Park Saloum Delta
In de Saloum Delta komen de oceaan en twee rivieren samen, de Sine en de Saloum. Door de enorme rijkdom aan flora en fauna wordt dit gebied van zo’n 180.000 hectare ook wel de ‘Amazone van Afrika’ genoemd. Je verkent het op het water in een felbeschilderde pirogue, een traditionele kano, en vaart zo door de mangrovebossen. Met een beetje geluk zie je hier dolfijnen, en verder allerlei vogels zoals flamingo’s, reigers, lepelaars en pelikanen. Vergeet je verrekijker niet, want niet alle dieren laten zich makkelijk spotten. Boek je boottocht in de vroege ochtend of rond zonsondergang, dan is de kans op dieren het grootst. Sinds 2011 staat de delta op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Onderweg passeer je nog primitieve dorpjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan.

Saly
Saly is de bekendste en gezelligste badplaats van Senegal, op zo’n 70 kilometer ten zuiden van Dakar. Vroeger was dit een slaperige Portugese handelspost, maar sinds de jaren 70 is Saly een echte strandbestemming geworden. Je vindt er brede goudgele zandstranden, wuivende kokospalmen en een rustige baai met aquamarijnblauw water. Langs het strand zitten talloze hippe strandtenten, cafés en restaurants. Een echte aanrader is Iroko Beach, waar je met je voeten in het zand eet en daarna met een cocktail op een strandbed naar de zonsondergang kijkt. Ondanks het toerisme voelt Saly nog authentiek, met een goede mix van toeristen en locals op het strand. Zin in watersport? Je kunt hier jetskiën, een ritje op de banaan maken of zeilen.

Le Baobab Sacré
Bij een bezoek aan het binnenland kom je ze overal tegen: de prachtige, fotogenieke baobabbomen die het landschap versieren. De bekendste is Le Baobab Sacré, met zo’n 2.000 jaar een van de oudste bomen van heel Afrika. De boom is gigantisch, met een omtrek van maar liefst 30 meter. Bijzonder: net als alle baobabs is hij vanbinnen hol, en via een smalle doorgang kruip je naar binnen in een holte waar wel 20 mensen in passen. Schrik niet, want aan het plafond hangen honderden vleermuizen en het ruikt er behoorlijk muf, dus je bent snel weer buiten. De locals zeggen dat het geluk brengt als je drie rondjes om een baobab rent. Ten noorden van Dakar, bij Kébémer, staan er zelfs zo’n vijfhonderd bij elkaar.
Vismarkt van M’bour
Wil je iets zien van het echte dagelijkse leven in Senegal, dan is de vismarkt van M’bour misschien wel de beste plek. Elke dag wordt hier aan de rand van de stad de verse vis uit de bootjes geladen, waarna die direct wordt gekocht door keurmeesters – opvallend genoeg vooral vrouwen. Op het strand wordt de vis meteen schoongemaakt met messen en stokken en in grote bakken weggebracht. Het is er een drukke, kleurrijke chaos. Ga vroeg in de ochtend of aan het eind van de middag, als de bootjes binnenkomen, dan is er de meeste bedrijvigheid. Trek stevige dichte schoenen aan die vies mogen worden, want het kan een behoorlijke bende worden. Vanaf Saly loop je er in zo’n anderhalf uur over het strand naartoe.

Djoudj Nationaal Park
Djoudj is een walhalla voor vogelspotters en zelfs het op twee na grootste vogelreservaat ter wereld. Het ligt zo’n 60 kilometer ten noorden van Saint-Louis, pal tegen de Sahara aan. Omdat dit het eerste waterrijke gebied is na de lange tocht over de woestijn, strijken hier jaarlijks zo’n drie miljoen trekvogels neer. Er zijn meer dan 400 soorten geteld, met enorme kolonies roze flamingo’s en de grootste pelikanenkolonie ter wereld. Je verkent het park meestal per bootje over de zijtakken van de Senegal-rivier, en spot dan ook apen, krokodillen, gazellen en wilde zwijnen. Vooral in de winter zie je hier veel vogels. Het park is geopend van november tot en met april; in het regenseizoen is het gesloten. Sinds 1981 staat Djoudj op de UNESCO-lijst.

Fadiouth eiland
Fadiouth is een van de meest bijzondere plekken van Senegal: een eiland dat eeuwen geleden volledig is gevormd door schelpen. De inwoners leefden van de overvloed aan schelpdieren, en het afval dat overbleef vormde langzaam de bodem van het eiland – dat nog steeds een beetje groeit. Met bijna negenduizend inwoners is het een van de drukstbevolkte eilanden ter wereld. Je loopt er over een brug naartoe en verkent de smalle straatjes het best met een lokale gids, die je vertelt over de geschiedenis. Het bijzonderst is de begraafplaats op een apart schelpeneiland, waar christenen en moslims naast elkaar liggen – uniek voor de regio. Een gids huur je gemakkelijk bij het toeristenbureau voor de ingang. Combineer het bezoek met het geboortehuis van oud-president Senghor in Joal.

Bekijk andere blogs over deze regio
FAQ: veelgestelde vragen
De beste periode is van november tot en met mei. Het is dan aangenaam warm (rond de 25 graden in december-februari) en droog. Dat is meteen de tijd dat parken als Djoudj en Niokolo Koba open zijn. Omdat het er het hele jaar tussen de 28 en 32 graden is, is Senegal ook een fijne winterzonbestemming.
Nee, dat valt soms tegen. De roze kleur komt het best uit op een zonnige dag met wat wind, omdat beweging in het water het pigment van de algen zichtbaar maakt. Bij windstil of bewolkt weer ziet het meer er eerder bruinig uit. Informeer dus even bij je hotel of het de moeite is voordat je een tour boekt.
Zeker. Bandia Nature Reserve ligt maar zo’n 15 kilometer van Saly en is in twintig minuten te bereiken. De meeste hotels en resorts bieden hier dagtochten naartoe aan. Een rondrit door het park duurt ongeveer twee uur, dus je bent ruim op tijd terug op het strand.
Op Fadiouth wel: een lokale gids loodst je door de smalle straatjes en vertelt over de geschiedenis. Die huur je gemakkelijk bij het toeristenbureau voor de ingang. Ook op de vismarkt van M’bour is een gids handig, want het is er een enorme drukke doolhof. Maak vooraf goede afspraken over de prijs en betaal pas na afloop.
De officiële taal is Frans. De meeste mensen kunnen zich ook wel verstaanbaar maken in het Engels, maar een paar woordjes Frans helpen enorm, zeker in gesprekken met opdringerige verkopers. Behandel ze vriendelijk en je krijgt er vaak een goedlachs praatje voor terug.








