Als je op vakantie op Mallorca bent dan moet je zeker ook een dagje naar Palma de Mallorca. De hoofdstad van Mallorca heeft een oud centrum vol gotische gebouwen, kastelen en gezellige markten. De meeste hotspots liggen dicht bij elkaar in de binnenstad, dus een halve dag wandelen is al genoeg om veel te zien. Eén dag in Palma? Je kunt makkelijk tien bezienswaardigheden aanvinken. Verblijf je langer? Dan zijn de hippe wijk Santa Catalina, verschillende kerken en de Fundació Miró ook zeker de moeite waard.
Palma telt ruim 400.000 inwoners en heeft een gelaagde geschiedenis: van Romeinen en Moren tot Catalanen en de Spaanse koningsfamilie. Die geschiedenis zie je overal terug, van de Arabische Baden midden in de binnenstad tot het paleis dat de koninklijke familie nog steeds gebruikt. Dit zijn de 15 bezienswaardigheden van Palma de Mallorca die je écht niet mag overslaan. Zie ook onze blog: Wat te doen in Playa de Palma? De beste tips!
Welk hotspots mag jij niet missen?
- Mooiste uitzicht: Kasteel Bellver is een aanrader met een 360-graden panorama over de stad en de Middellandse Zee. Iets minder bekend maar zeker zo mooi: de binnenplaats van Palau March, het terras van Es Baluard en het dakterras van La Seu zelf.
- Gratis te bezoeken: La Llotja is gratis en prachtig! Parc de la Mar kost ook niks en is ’s avonds het mooiste. Kasteel Bellver is op zondag gratis.
- Op een regenachtige dag: Es Baluard heeft een restaurant en een grote collectie om een paar uur te vullen. Palau March is niet groot, maar ook zeker de moeite waard. De Arabische Baden zijn ook overdekt en leuk om te bezoeken. Ook Mercat de l’Olivar is een prima plek als het regent
- Eten en sfeer proeven: Mercat de l’Olivar voor verse oesters en tapas ’s ochtends vroeg. De wijk Santa Catalina voor een rondwandeling en lunch op de markt. Plaza Mayor voor een terrasje met een glas wijn en straatartiesten erbij. Passeig des Born is ’s avonds erg leuk!
Bekijk populaire hotels op Mallorca
Kathedraal La Seu
Er is eigenlijk maar één plek om te beginnen in Palma: kathedraal La Seu. De bouw begon in 1230, vlak na de Catalaanse verovering van het eiland, maar duurde tot 1600 voor ze klaar was. Binnenin valt meteen het Gotisch Oog op: een roosvenster van maar liefst 13,8 meter doorsnede, het grootste van zijn soort in Europa. Op een zonnige ochtend danst het licht door de meer dan 60 glas-in-loodramen de ruimte in. Tussen 1904 en 1914 nam Antoni Gaudí het interieur onder handen – zijn kroonluchters en baldakijnen zijn niet te missen als je eenmaal binnen staat. Wil je ook het dakterras op en de klokkentoren beklimmen? Boek dan een combitour vooraf, want in het hoogseizoen is de wachtrij anders lang.

Paleis La Almudaina
Vlak naast de kathedraal staat het Koninklijk Paleis van La Almudaina, al eeuwenlang de officiële residentie van de Spaanse koningsfamilie op Mallorca. Het paleis begon als Arabisch fort en werd in de 14e eeuw omgebouwd naar gotische stijl – maar de Moorse oorsprong zie je nog duidelijk terug in de bogen op de voorgevel. Als de royals er niet zijn, kun je naar binnen en loop je langs zalen vol wandtapijten, schilderijen en meubels uit verschillende eeuwen. De binnentuin met palmbomen is een heerlijke plek om even bij te komen. Speciaal: elke laatste zaterdag van de maand vindt er ’s middags de wisseling van de wacht plaats – die zie je nergens anders.

Parc de la Mar
Direct onder de kathedraal vind je Parc de la Mar, een park met een bijzonder verhaal. Toen er een rondweg langs de stadsmuren werd aangelegd, stond de kathedraal plotseling niet meer aan zee. Als compensatie werd dit kunstmatige meer aangelegd, zodat de reflectie bewaard bleef – en dat werkt: de kathedraal weerspiegelt prachtig in het water. ’s Avonds, als de verlichting aangaat, is dit dé fotoplek van Palma. Op een van de muren van het park hangt een groot wandschildering van Joan Miró. Overdag zitten de locals hier op de bankjes te relaxen; als je even wil uitrusten na een ochtend sightseeing, is dit je plek.

Arabische Baden (Banys Àrabs)
De Arabische Baden zijn een van de weinige overblijfselen van de Moorse periode op Mallorca. Het complex in de oude binnenstad dateert uit de 10e of 11e eeuw en bestaat uit twee ruimtes: een warme kamer en een koudere kamer, met daartussen een massageruimte. De warme kamer heeft een koepeldak met een klein gat erin en wordt gedragen door 12 pilaren – het licht valt er geheimzinnig naar binnen. Aangrenzend is er een kleine ommuurde tuin die opvallend rustig is voor midden in het centrum. Je bent er voor een paar euro snel doorheen, maar het is een van die plekken die je even raakt.

La Llotja
La Llotja is een van de meest opvallende gebouwen van Palma – en toch weten lang niet alle toeristen het te vinden. Het zandstenen gebouw aan de kade werd gebouwd tussen 1420 en 1452 door architect en beeldhouwer Guillem Sagrera, als hoofdkwartier van het Mallorcaanse koopliedengilde. Van buiten lijkt het half kerk, half kasteel, met torentjes, grote ramen en gotische details. Binnenin staan zes slanke, spiraalvormig gedraaide pilaren die omhoog draaien tot aan het hoge gewelf. De toegang is gratis en er zijn regelmatig wisselende tentoonstellingen. Een kwartier binnenlopen is genoeg, maar die pilaren wil je echt even zien.

Plaza Mayor
Bijna elke Spaanse stad heeft een Plaza Mayor, maar die van Palma heeft een bijzondere achtergrond. Het plein is een replica van de Plaza Mayor in Madrid en staat op de plek waar vroeger het klooster van San Felipe Neri stond – daarvoor was het zelfs het hoofdkwartier van de Spaanse Inquisitie. Dat verleden zie je er gelukkig niet meer aan af: het is nu een open plein met kleurrijke gevels, terrasjes rondom en op maandag een markt met verse producten en lokale specialiteiten. De drie grootste winkelstraten van Palma eindigen op dit plein, dus je loopt er sowieso meerdere keren doorheen. ’s Avonds zitten alle terrasjes vol en spelen er straatartiesten.

Passeig des Born
Passeig des Born is de boulevard van Palma – en eentje met een bijzonder verhaal. De straat is gebouwd bovenop een opgedroogde rivierbedding, en je herkent het begin aan twee sfinxsculpturen die wacht houden aan de ingang. De brede middenstrook vol grote bomen zorgt op warme dagen voor schaduw, aan beide kanten vind je luxe winkels, galeries en restaurantjes. ’s Avonds worden extra stoelen en tafels buiten gezet en komen er straatartiesten – dát is eigenlijk het beste moment om hier een drankje te drinken en mensen te kijken. Leuk weetje: tijdens de dictatuur van Franco werd de naam officieel veranderd, maar de inwoners bleven het gewoon ‘Born’ noemen.

Kasteel Bellver
Kasteel Bellver ligt drie kilometer ten noordwesten van het centrum, op een heuvel met uitzicht over de hele stad. Het werd in de 14e eeuw gebouwd voor koning Jacobus II en is een van de weinige ronde kastelen in Europa – drie torens, een centrale binnenplaats en een cirkelvormige plattegrond die je pas echt ziet als je op de muren staat. Lange tijd diende het als militaire gevangenis, nu zit er het historisch museum van Palma in. Het uitzicht over de stad en de Middellandse Zee is waanzinnig, zeker rond zonsondergang. Op zondag is de toegang gratis. Rondom het kasteel loopt ook een netwerk van wandelpaden door het dennenbos – een picknick meenemen is echt geen gek idee.

Es Baluard Museum
Es Baluard is het museum voor moderne en hedendaagse kunst van Palma, en de locatie alleen al is de moeite waard. Het is gebouwd op het 16e-eeuwse Baluard de Sant Pere, een bastionmuur die vroeger onderdeel was van de stadsverdediging. Vanuit het museum en het terras heb je een prachtig uitzicht over de jachthaven, de kathedraal en – op een heldere dag – Kasteel Bellver in de verte. Aan de muren hangen werken van onder andere Miró, Picasso en de Mallorcaanse kunstenaar Miquel Barceló. Er is ook een restaurant op de locatie. Op een regenachtige dag is dit eigenlijk de ideale plek om te beginnen: lekker droog, veel te zien, en een goede kop koffie erbij.

Palau March
Palau March wordt door meerdere bezoekers het beste museum van Palma genoemd – en dat is niet voor niets. Het imposante gebouw werd oorspronkelijk gebouwd als gezinswoning voor de rijke Mallorcaanse bankier Juan March Ordinas. Nu is de Fundación Bartolomé March er gevestigd met een uiteenlopende kunstcollectie: je vindt er werken van Rodin, Chillida en Henry Moore, én een mooi aangelegde binnenplaats vol beelden. Het uitzicht vanaf die binnenplaats over Palma en de zee is waanzinnig. De combinatie van een weelderig oud gebouw, indrukwekkende collectie en dat uitzicht maakt dit een van de betere bestedingen van je tijd in de stad.

Wijk Santa Catalina
Santa Catalina is de hipste wijk van Palma en ligt vlakbij de haven. Vroeger was dit een visserswijk, nu lopen locals tussen vintage winkels, trendy cocktailbars en kleine restaurantjes door. Het hart van de wijk is Mercat de Santa Catalina, de oudste overdekte markt van Palma. Zes dagen per week – niet op zondag – kun je er van 7:00 tot 17:00 terecht bij meer dan 50 kraampjes met verse vis, vlees, kaas en lokale delicatessen. Er zijn ook tapasbarretjes in de markt zelf, dus je kunt er prima lunchen. ’s Avonds verandert de wijk in een levendig uitgaansgebied dat vooral bij locals populair is, en veel minder toeristisch aanvoelt dan het centrum.

Mercat de l’Olivar
Als je maar één markt in Palma bezoekt, kies dan voor Mercat de l’Olivar. Deze overdekte markt ligt op 300 meter van Plaza Mayor en heeft alles wat je van een echte Spaanse markt verwacht: kraampjes met verse vis, groente, kaas en fruit. Bijzonder is de oesterbar in de vishal – verse oesters met een glas bubbels is hier volkomen normaal op een doordeweekse ochtend. Er zijn ook tapas- en sushibars voor wie wat wil eten. Ga wel ’s ochtends, want ’s middags sluiten veel kraampjes al vroeg. Op zondag is de markt gesloten. De sfeer is authentiek en een stuk minder toeristisch dan je zou verwachten voor zo’n centrale locatie.

Basílica de Sant Francesc
De Basílica de Sant Francesc is een gotisch meesterwerk in het historische centrum van Palma dat lang niet iedereen op zijn lijstje heeft. De kerk heeft een indrukwekkend altaarstuk gemaakt door Joan Desí, en in het interieur zijn standbeelden te zien van de gotische Mallorcaanse beeldhouwer Gabriel Mòger. Bij het binnentreden valt ook de tombe van Ramon Llull op – de bekende 13e-eeuwse filosoof en schrijver die op het eiland geboren werd, begraven in een sarcofaag van Francesc Sangrera uit de 15e eeuw. Aangrenzend is een rustig klooster met zuilengalerijen, het enige volledig bewaard gebleven klooster uit die periode op Mallorca. Midden in de stad, maar opvallend rustig.

Fundació Joan Miró Mallorca
Joan Miró bracht een groot deel van zijn leven door in Palma en zijn museum staat op de exacte plek waar hij woonde en werkte. De Fundació Joan Miró Mallorca toont zijn latere werken: grote kleurrijke schilderijen, sculpturen en grafische werken. Maar het hoogtepunt voor veel bezoekers is zijn originele atelier – precies zoals hij het achterliet, met verf, penselen en halfafgemaakte werken. Het gebouw is ruim en licht, speciaal ontworpen voor zijn kunst. Het museum ligt wat buiten het centrum, aan Carrer Joan de Saridakis 29, maar als je ook maar een beetje affiniteit hebt met Miró’s kleurrijke, speelse stijl – en die heeft eigenlijk iedereen zodra ze het zien – is het de omweg zeker waard.

Can Casasayas en modernistische architectuur
Wie oog heeft voor architectuur loopt in Palma van verrassing naar verrassing. Een van de leukste voorbeelden zijn de twee Can Casasayas-panden op Plaça del Mercat: twee art-nouveaugebouwen aan weerszijden van een smal straatje, ontworpen door architect Francesc Roca, die elkaar perfect spiegelen. Een paar straten verderop staat Can Forteza Rey, dat opvalt door zijn gevel van kleurrijke, onregelmatig geplaatste gebroken tegels – een techniek die je ook herkent van Gaudí. Op dezelfde Plaça del Mercat staat ook het Gran Hotel uit 1903, het eerste luxehotel van Palma, nu omgebouwd tot galerie. Je gaat er niet speciaal voor één pand naartoe, maar samen vormen ze een mooie route door de Catalaans-modernistische kant van de stad.

Bekijk andere blogs over vakantie op Mallorca
FAQ: veelgestelde vragen
Nee – en dat weet lang niet iedereen. La Seu is op alle dagen geopend behalve zondag. Zondagochtend naar de kathedraal? Dan kijk je tegen dichte deuren aan. Plan hem dus op een doordeweekse dag of op zaterdag in.
In het hoogseizoen is dat echt aan te raden. De wachtrijen bij de ingang kunnen flink oplopen, zeker ’s ochtends. Met een online ticket loop je gewoon door. Wil je ook het dakterras en de klokkentoren? Koop dan een combiticket, want dat scheelt gedoe bij de kassa.
Op zondag is de toegang gratis, normaal betaal je €4. Handig om te weten: de kathedraal is juist gesloten op zondag. Je kunt ze dus mooi omdraaien – door de week naar La Seu, op zondag gratis naar Bellver.
Ja! Op woensdag- en zondagmiddag vanaf 15:00 is de toegang gratis. En wil je de wisseling van de wacht meepikken? Die vindt elke laatste zaterdag van de maand ’s middags plaats – één keer per maand, dus check van tevoren of het uitkomt.
Ga ’s ochtends. Veel kraampjes sluiten al vroeg in de middag en op zondag is de markt helemaal dicht. De oesterbar in de vishal is ook ’s ochtends heel bijzonder om te bezoeken: een glas bubbels met verse oesters als vroege lunch is in Palma volkomen normaal.


















