Zin in een dagje of weekendje Den Bosch? Dan zit je goed. De hoofdstad van Noord-Brabant heeft twee namen (Den Bosch én ‘s-Hertogenbosch), een compacte historische binnenstad en genoeg te zien om er makkelijk een dag mee te vullen. Het centrum doe je prima te voet: van de Sint-Jan loop je zo naar de Markt, en bijna alles ligt binnen tien minuten van elkaar. Wat Den Bosch bijzonder maakt, is het water, de geschiedenis en het bourgondisch genieten. Je vaart door smalle riviertjes die echt onder de huizen door lopen, je loopt langs vestingwerken uit de Tachtigjarige Oorlog, en tussendoor eet je een Bossche Bol op een terras. In deze blog delen we de 14 leukste bezienswaardigheden van Den Bosch; dit moet je gezien hebben.
Welk hotspots mag jij niet missen? Onze tips:
- Met kinderen: De Binnendieze is een aanrader, want varen door tunnels onder de huizen vinden de meeste kinderen spannend. Een Bossche Bol bij Jan de Groot scoort altijd, en op de Paleisbrug kun je lekker picknicken zonder dat iemand stil hoeft te zitten.
- Bij slecht weer: Duik een museum in. Het Noordbrabants Museum en het Design Museum zitten onder één dak (ruim 5.000 m²), het Jheronimus Bosch Art Center vult zo een uurtje, en in de Sint-Jan kun je het binnenwerk bekijken zonder buiten te staan.
- Actief en buiten: Wandel langs de vestingwerken en stop bij Bolwerk Sint-Jan, beklim de Sint-Janstoren tot 43 meter, of trek de stad uit naar het Bossche Broek voor de wandelroute langs de Moerputtenbrug.
- Voor foodies en terrasjesliefhebbers: De Bossche Bol is verplicht. Op de Markt zit je tussen de terrassen en historische gevels, en op de Tramkade lunch je in de Mengfabriek of strijk je neer in het Werkwarenhuis.
- Weekendje of stedentrip: Overnacht dan bij bijv. Recreatiepark Het Esmeer, Vakantiepark Dierenbos, TopParken Résidence de Leuvert. Zo geniet je van de natuur en de stad.
Bekijk populaire hotels in de deze regio
Sint-Janskathedraal
De Sint-Jan torent boven de stad uit en is dé plek waar je begint. Deze gotische kathedraal werd tussen 1380 en 1530 over een oudere romaanse kerk uit 1220 heen gebouwd. Aan de buitenkant zie je de 16 dubbele luchtbogen met in totaal 96 kleine figuurtjes erop – van een leeuw met een papiertje tot een man met een trommel. Binnen vind je een koperen doopvont uit 1492 van 350 kilo, een driedelig altaarretabel met houtgesneden taferelen, en een bijna 20 meter hoge orgelkast die geldt als een van de mooiste orgelfronten ter wereld. Je kunt de toren beklimmen tot 43 meter hoogte, met een gids die je ook het carillon en het uurwerk laat zien.

De Binnendieze
De Binnendieze is een netwerk van smalle riviertjes dat dwars door de oude binnenstad loopt. Vroeger werd het gebruikt als watervoorziening, wasplaats, visplaats én afvalstort – nu maak je er een vaartocht over. Het water werd in 1972 weer toegankelijk voor bootjes en het bijzondere is dat je af en toe gewoon onder de huizen door vaart, via tunnels die je vanaf de straat niet ziet. Je kunt mee met een gids of zelf een bootje huren. Zo kom je op plekken in de stad waar je anders nooit komt. Een rondvaart duurt zo’n 50 minuten en kost rond de €13.

De Bossche Markt
De Markt is het hart van de binnenstad en ligt op het hoogste punt van de stad, op een donk. Rondom staan historische gebouwen zoals het 14e-eeuwse stadhuis en De Moriaan. Drie keer per week is er markt: op woensdag en zaterdag de warenmarkt met groente, fruit, kaas en bloemen (9.00 tot 17.00 uur), en op vrijdag de biologische markt met streekproducten (9.00 tot 14.00 uur). Het is ook gewoon een fijne plek om neer te strijken op een terras tussen de Bosschenaren. Het geboortehuis van Jheronimus Bosch, Inden Salvatoer, staat hier ook aan het plein.

Noordbrabants Museum & Design Museum
Het Noordbrabants Museum zit in het voormalige Gouvernementspaleis aan de Verwersstraat, een 18e-eeuws stadspaleis. In de vaste collectie hangen werken van Vincent van Gogh, Pieter Brueghel de Jonge en Theodoor van Thulden, en er is veel aandacht voor Jheronimus Bosch. Onder hetzelfde dak zit het Design Museum Den Bosch, gespecialiseerd in keramiek en sieraden, met exposities over de invloed van design op cultuur en techniek. Samen beslaan de twee musea ruim 5.000 m². Originele doeken van Bosch hangen er trouwens niet meer, maar wel werk van navolgers en hedendaagse kunstenaars die zich door hem lieten inspireren. Een entreeticket kost rond de €18.
Jheronimus Bosch Art Center
Dit museum is gewijd aan de beroemdste inwoner van de stad: schilder Jheronimus Bosch, geboren in Den Bosch in 1450. Het zit in de voormalige Sint-Jacobskerk en draait helemaal om zijn werk. Originelen vind je hier niet, maar wel reproducties op ware grootte van zijn complete oeuvre, plus wandtapijten met taferelen uit zijn schilderijen en een reconstructie van zijn schildersatelier in de kelder. Er hangt ook kunst van hedendaagse makers die zich door hem lieten inspireren. Het leukste komt op het eind: met een lift ga je naar de top van de kerktoren, waar je een uniek uitzicht over de stad hebt. Het adres is Jeroen Boschplein 2.
De Bossche Bol
Geen bezoek aan Den Bosch zonder een Bossche Bol. Deze gebakspecialiteit wordt gemaakt van soezenbeslag, gedoopt in gesmolten pure chocolade en daarna helemaal volgespoten met slagroom – een soort grote moorkop, ook wel sjekladebol genoemd. Volgens de Bosschenaren zelf eet je de lekkerste bij banketbakkerij Jan de Groot, vlak bij het station op Stationsweg 24. Kom op tijd, want er staat geregeld een rij buiten. En eet ‘m gewoon met je handen: mes en vork is hier echt niet de bedoeling. Perfect met een kop koffie erbij als tussenstop op je dag.

De Verkadefabriek
In dit pand werden van 1929 tot 1993 de Verkade-koekjes gebakken. Daarna stond het jarenlang leeg, tot het in 2002 werd verbouwd tot cultureel centrum. Nu is de Verkadefabriek dé plek in Den Bosch voor film, theater, cabaret en muziek. Het zit in de wijk ’t Zand, net buiten het oude centrum. Check vooraf even het programma, want er is bijna altijd wel iets te doen. Vlakbij ligt de Tramkade, nog zo’n oude industriële plek die is omgetoverd tot creatieve hotspot – die komt later in deze lijst nog terug.
De Tramkade
De Tramkade is het voormalige terrein van mengvoederfabriek De Heus, te herkennen aan de grote silo’s en industriële gebouwen. Net als de Verkadefabriek is het omgebouwd tot culturele hub. Het meest in het oog springen de enorme streetart-murals op de silo’s: sommige zijn meters hoog en geven het terrein een echte wow-factor. Op het terrein vind je drie hoofdgebouwen. In de Mengfabriek kun je lunchen, de Kaaihallen worden gebruikt voor evenementen, en het Werkwarenhuis is een knusse plek om met je laptop neer te strijken onder het genot van goede koffie. Een gave plek om even rond te lopen als je de drukte van het centrum zat bent.

De Moriaan
De Moriaan aan de Markt is het oudste bakstenen huis van Nederland. Het werd in 1220 gebouwd in opdracht van Hendrik I van Brabant, in de 13e eeuw dus. In 1956 liep het bijna mis: de gemeente wilde het slopen om het verkeer meer ruimte te geven, maar de minister hield dat tegen. In de jaren zestig is het helemaal gerenoveerd en sindsdien is het een rijksmonument. Het valt op tussen de andere panden aan de Markt en is een leuk detail om bij stil te staan als je toch op het plein bent. Tegenwoordig zit hier onder andere de VVV, handig voor een plattegrond of tips.
Het Zwanenbroedershuis
Het Zwanenbroedershuis is de thuisbasis van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, opgericht in Den Bosch in 1318. In 1484 verhuisde het gezelschap naar dit pand aan de Hinthamerstraat. Het gebouw werd later in renaissancestijl verbouwd en kreeg daarna nog een neogotische gevel, met vier beelden die leden van de broederschap voorstellen – waaronder Willem van Oranje. Sinds 2005 is het een museum. Binnen zie je voorwerpen uit de 16e en 17e eeuw, zoals handgeschreven koorboeken, neogotische kasten en kannen die onder anderen door Willem van Oranje zijn gebruikt. De broederschap komt hier overigens nog steeds bijeen. Het adres is Hinthamerstraat 94; een rondleiding kost rond de €9,50.

De vestingwerken & Bolwerk Sint-Jan
Den Bosch was ooit een vestingstad met de bijnaam ‘Moerasdraak’, onneembaar door het moeras eromheen. Pas in 1629 lukte het Prins Frederik Hendrik van Oranje om de stad te veroveren, na een beleg van bijna een half jaar. Hij polderde de natte gebieden droog om de stad af te snijden van water. Veel vestingwerken zijn nog te zien tijdens een wandeling langs de stadsmuren. Stop zeker bij Bolwerk Sint-Jan, waar onder de grond de Archeocrypte verborgen ligt met oud straatwerk, muurresten en een beerput. Ook het Bastionder is de moeite waard: dit zit in Bastion Oranje uit 1634, waar een gids je uitleg geeft over de krijgsgeschiedenis van de stad.
De Paleisbrug
De Paleisbrug is een 250 meter lange fiets- en wandelbrug die het Paleiskwartier verbindt met de Bossche binnenstad. Het bijzondere is dat de brug is ingericht als park: het was de tweede parkbrug ter wereld toen hij werd aangelegd. Je loopt of fietst er overheen tussen het groen, met uitzicht over de stad. Heb je een fiets bij je, dan kun je die makkelijk meenemen dankzij de traplift. En zin in een picknick? Dat kan gewoon op de brug. Een leuke, ontspannen plek om even stil te staan tussen het oude centrum en het modernere deel van de stad.

Oeteldonks Gemintemuzejum
Tijdens carnaval heet Den Bosch ‘Oeteldonk’, en dat feest wordt hier elk jaar nog stevig gevierd. In het Oeteldonks Gemintemuzejum (oftewel het Nationaal Carnavalsmuseum) ontdek je de geschiedenis en tradities van het Bossche carnaval. Het museum werd opgericht in 1986 en heeft een uitgebreide collectie kostuums, maskers, attributen, affiches, foto’s en filmmateriaal. Let op de openingstijden: dinsdag tot en met zondag, van 13:11 tot 17:11 uur. Die tijden zijn geen typfout – het getal 11 verwijst naar 11 november, de elfde van de elfde, en geldt van oudsher als het getal van de gekken en dwazen. Ook leuk als je zelf nog nooit carnaval hebt gevierd.

Het Bossche Broek
Even klaar met de drukte van het centrum? In natuurgebied het Bossche Broek, aan de rand van de stad, is het lekker rustig. Dit is een deel van het oude moeras dat de stad vroeger onneembaar maakte. Er lopen wandel- en fietspaden doorheen en je hebt er een mooi uitzicht op de vestingwallen van Den Bosch. Voor een langere wandeling kun je de 7,5 kilometer lange Zuiderwaterlinie-route downloaden. Iets verderop ligt het moerasgebied de Moerputten, waar je over de Moerputtenbrug loopt – een lange spoorbrug op vlonders door het water. Perfect om je dagje Den Bosch af te sluiten met een frisse neus.

Bekijk andere blogs over deze regio
FAQ: veelgestelde vragen
Het centrum is compact, dus een dag is genoeg voor de meeste hoogtepunten. Wil je ook een boottocht over de Binnendieze doen, een museum bezoeken én rustig op een terras zitten, dan is een weekendje fijner. De Binnendieze duurt zo’n 50 minuten, de musea elk ongeveer een uurtje. Overnacht kan op een vakantiepark in de regio Den Bosch of bij bijvoorbeeld Van der Valk Hotel ‘s-Hertogenbosch – Vught.
Voor de rondvaart is reserveren slim, want de bootjes zitten in het hoogseizoen snel vol. Je kunt mee met een gids (rond €13) of zelf een bootje huren. Wil je liever zelf peddelen, dan kun je op sommige plekken ook een kano of supboard nemen.
Dat is geen typfout. De openingstijden van het Oeteldonks Gemintemuzejum verwijzen naar 11 november (de elfde van de elfde), de start van het carnavalsseizoen. Het getal 11 geldt als het getal van de gekken en dwazen. Het museum is dinsdag tot en met zondag open.
De Sint-Janstoren beklim je te voet, tot 43 meter, met een gids die je ook het carillon en uurwerk laat zien. Bij het Jheronimus Bosch Art Center ga je met een lift naar de top van de oude kerktoren – handiger als je geen zin hebt in trappen, maar wel een mooi uitzicht wil.
Ja, bijna alles ligt binnen tien minuten lopen van elkaar. Vanaf de Markt sta je zo bij de Sint-Jan, De Moriaan en het Zwanenbroedershuis. Alleen de Tramkade, de Verkadefabriek en het Bossche Broek liggen net buiten het oude centrum, maar ook die zijn prima lopend of met de fiets te doen.
















