Wat te doen op Fuerteventura? De 16 must-do’s op een rij!

Bekijk de beste deals bij onze partners

vakanties bij corendon

Fuerteventura heeft een beetje een onterecht imago. Veel mensen denken dat het eiland kaal en saai is, maar dat is echt onzin. Het is na Tenerife het grootste Canarische eiland, en met afstand het meest dunbevolkte: zo’n 100.000 inwoners op ruim 1.700 km². Daardoor is het hier een stuk rustiger dan op het drukke Gran Canaria of Tenerife. De naam betekent letterlijk ‘sterke wind’, en dat merk je. Het waait er bijna altijd, wat het eiland tot een droomplek maakt voor surfers en kitesurfers. Maar er is veel meer. Je vindt er het langste strand van de Canarische Eilanden, vulkanen die je in een kwartier beklimt, een onbewoond eilandje voor de kust en charmante vissersdorpjes. En dat allemaal met temperaturen rond de 20 graden, zelfs in hartje winter. Dit zijn wat ons betreft de 16 mooiste plekken die je echt moet zien:

Welk hotspots mag jij niet missen? Onze tips:

  • Voor de echte fotografen: Fuerteventura zit vol fotogenieke plekken. De stenen boog van de Arco de las Peñitas is een klassieker, net als de versteende ‘popcorn’ op Popcorn Beach. Ook het uitzicht vanaf Mirador Morro Velosa over het dorre landschap levert prachtige plaatjes op, zeker als het een tikje heiig is.
  • Met kinderen: Calderón Hondo is ideaal voor gezinnen: in een kwartiertje sta je boven en onderweg spotten de kids gegarandeerd de brutale grondeekhoorns. Ook een boottocht naar Isla de Lobos valt goed in de smaak, met snorkelen en kajakken erbij. En het spotten van dolfijnen vanaf een ribboot is voor jong en oud een feestje.
  • Voor de actievelingen: Trek je wandelschoenen aan voor de Pico de la Zarza, het hoogste punt van het eiland (807 meter, zo’n vijf uur klimmen). Of pak je surfplank: aan de noordkust en bij Sotavento waait het bijna altijd. Een hike naar de Arco de las Peñitas is ook lekker actief.
  • Cultuur en geschiedenis: Duik het verleden in bij Betancuria, de oude hoofdstad uit 1404, met zijn witte huizen en 17e-eeuwse kerk. De heilige berg Tindaya met zijn ruim 300 rotstekeningen vertelt het verhaal van de oorspronkelijke bewoners. En bij een geitenboerderij proef je de Majorero-kaas, een traditie van eeuwen oud.

ReisorganisatieInformatieAanbiedingen
vakantiediscounter logoGrootste aanbod   Bekijken  
prijsvrij logoScherpe deals  Bekijken  
d-reizen logoVoordelige hotels  Bekijken  
Sunweb logoHeerlijke zonvakanties  Bekijken  
ReisorganisatieInformatieAanbiedingen
corendon logoPremium resorts  Bekijken  
tui logo100% kindvriendelijk  Bekijken  
corendon logoVeel zonbestemmingen  Bekijken  
vakantie.nl logoVeelzijdig aanbod  Bekijken  


Bekijk populaire hotels in de deze regio


Playa de Cofete

Het meest indrukwekkende stuk kust van het hele eiland vind je in het zuiden, in natuurpark Jandía. Playa de Cofete is met 12 kilometer het langste strand van de Canarische Eilanden, ongerept en wild. Het strand is alleen bereikbaar via een kilometerslange onverharde weg, en na een half uurtje hobbelen kom je bij een uitzichtpunt waar het keihard waait. Leg je zonnebril en pet dus even in de auto voordat je uitstapt. Beneden is de wind een stuk minder heftig en kun je een geweldige strandwandeling maken. Zwemmen is hier niet toegestaan vanwege de stroming. Heb je honger? Bij Pepe El Faro eet je een simpele maar goede maaltijd. Geen huurauto of durf je de onverharde weg niet aan? Er rijden ook halve dagtours naartoe.

Betancuria

Betancuria is de oude hoofdstad van Fuerteventura, in 1404 gesticht door de Normandische ridder Jean de Bethencourt. De plek lag bewust ver van zee in een beschut dal, zodat het zich kon verdedigen tegen piraten. Dat hielp niet altijd: het dorp werd meerdere keren aangevallen en zelfs volledig herbouwd. Vandaag de dag wandel je door witte huizen met schattige balkonnetjes, kleurrijke bloemen en wuivende palmbomen. Bezoek de Santa Maria-kerk uit de 17e eeuw en het archeologisch museum. Reken er niet op dat het groot is: er wonen maar een paar honderd mensen en je loopt er zo doorheen. Het kan behoorlijk druk zijn door de toeristenbussen. Combineer je bezoek met Vega de Río Palmas, dat ligt op tien minuten rijden.

Isla de Lobos

Voor de noordkust ligt het onbewoonde eilandje Isla de Lobos, een van de meest ongerepte plekken van de Canarische Eilanden. Vanuit Corralejo vaar je er in 15 tot 20 minuten naartoe met de ferry, voor zo’n 15 euro retour. Het eiland is maar 5 km² groot en er loopt een wandelroute van zo’n 7 kilometer langs kleine vulkaantjes, zoutpannen en een vuurtoren. De kustlijn bij Playa de la Concha heeft intens blauw water. Je kunt er ook snorkelen, suppen of kajakken. Er is één restaurant op het eiland, waar je verse paella eet. Reserveren kan alleen bij aankomst, dus geef ’s ochtends meteen door wat je wilt. Het aantal bezoekers is beperkt om de natuur te beschermen, een retourtje boek je daarom het beste vooraf.

Calderón Hondo

Fuerteventura is een vulkaaneiland, en je kunt het eigenlijk niet verlaten zonder een vulkaan te hebben beklommen. De bekendste is Calderón Hondo, onderdeel van het Bayuyo-massief: een keten van acht vulkanen van zo’n 50.000 jaar oud. De krater is perfect rond en 70 meter diep. Je bereikt ‘m makkelijk vanuit Lajares of Corralejo. Parkeer je vlak bij de voet, dan sta je in een kwartiertje boven. Wil je een langere wandeling? Volg dan de route van ongeveer 6,5 kilometer, die je in zo’n twee uur rond de vulkaan en langs een uitkijkplatform brengt. Onderweg kom je gegarandeerd eekhoorns tegen die in de krater wonen, en geiten die langs de rand grazen. Neem voldoende water mee, want de zon kan hier fel zijn.

El Cotillo

Dit pittoreske vissersdorpje aan de noordwestkust is wat ons betreft een van de leukste plekken van het eiland. Zodra je door het dorp loopt, voel je die relaxte, ontspannen sfeer die het te danken heeft aan de surfers en hippies. Bij de oude haven vind je Calle Muelle Pescadores, een soort openluchtgalerie met sfeervolle winkeltjes, tapasbars en overal schilderijen en beeldhouwwerken. Aan het einde van de dag schuif je aan bij een van de uitstekende visrestaurants bij de nieuwe haven. Net buiten het dorp ligt het strand van La Concha, beschut door een natuurlijk rif waardoor het water rustig en turquoise blijft. Er loopt ook een kustpad waar je fossielen kunt bewonderen en natuurlijk de prachtige vuurtoren. Zin in iets lekkers? De koeken van BreadLocks Bakery zijn een aanrader.

Surfen en kitesurfen

Met een naam die ‘sterke wind’ betekent, snap je waarom Fuerteventura dé surfbestemming van de Canarische Eilanden is. Door de eeuwig waaiende noordelijke wind kun je vooral aan de noordkust geweldig surfen, en er zijn stranden voor elk niveau. Playa del Morro staat bekend als beginnersstrand, en redelijk goede surfers gaan naar Rocky Point. Gevorderden surfen bij Los Lobos, El Cotillo en Corralejo. Kitesurfen is ook enorm populair, met het zuidelijke Sotavento als beroemde spot. Heb je nog nooit gesurft of wil je een opfrisser? Op veel plekken kun je surflessen nemen, bijvoorbeeld op het zonnige strand van El Cotillo. La Pared in het zuiden is dé sunset spot om na het surfen de zon in zee te zien zakken.

Parque Natural de Corralejo

Net ten zuiden van het levendige Corralejo strekt zich een gebied van witte zandduinen uit dat zo’n 25 km² beslaat, met daaraan een strand van 11 kilometer. Ze worden niet voor niets de ‘wandelende duinen’ genoemd: de wind blaast hier dagelijks nieuw zand aan, waardoor de duintoppen steeds van vorm en plek veranderen. Op sommige momenten waan je je middenin de Sahara. Het is een heerlijk gebied om doorheen te wandelen, waar je soms amper het ruisen van de zee hoort. Langs de weg kun je je auto parkeren om de duinen in te lopen of een duik in zee te nemen. Het is ook een geliefde plek voor kite- en golfsurfers, omdat het hier flink kan waaien. Neem wel goede schoenen mee tegen al dat zand.

Popcorn Beach

Playa del Bajo de la Burra, beter bekend als Popcorn Beach, is dankzij social media een van de bekendste plekken van het eiland geworden. Op dit strand vind je naast zand iets heel bijzonders: ‘popcorn’. Het is natuurlijk geen echte popcorn, maar versteende dode algen die in de loop van duizenden jaren zijn ontstaan en er sprekend op lijken. Zwemmen kun je hier niet, want de zee is ruw en het water te rotsachtig. Maar wandelen langs de kust of even neerploffen in deze bijzondere setting is prachtig. Let op: je mag absoluut niks meenemen. De hoeveelheid popcorn is in tien jaar tijd al gehalveerd doordat toeristen handenvol mee naar huis namen, en er staat inmiddels een flinke boete op.

Dolfijnen en walvissen spotten

Een van de gaafste dingen om te doen is een boottocht maken om dolfijnen te spotten. Vanuit het zuidelijke Morro Jable vertrekken dagelijks kleine ribboten de oceaan op. Op een tour van zo’n anderhalf uur ben je binnen een half uur ver genoeg uit de kust, en vaak duiken de eerste dolfijnen vrijwel meteen op. De wateren rond Fuerteventura zijn een echte hotspot: er zijn maar liefst 27 verschillende dolfijn- en walvissoorten geteld, van de tuimelaar tot de potvis. De boten mogen niet dichter dan 60 meter naderen, maar de dieren bewegen vrij en komen soms verrassend dichtbij. Word je snel zeeziek? Neem dan een pilletje, want zodra er dolfijnen gespot zijn, ligt de boot vrij lang stil te deinen.

De heilige berg Tindaya

Tindaya is een berg van okerkleurig gesteente in het noordwesten van het eiland, vlak bij La Oliva, die zo’n 400 meter boven de vlakte uitsteekt. Voor de oorspronkelijke bewoners, de Majoreros, was dit een heilige plek voor rituelen en ceremonies. Dat weten we doordat er ruim 300 rotstekeningen in de vorm van een voet zijn gevonden, vergelijkbaar met die in de Berbergebieden van Noord-Afrika. Door die grote historische waarde is het ten strengste verboden om de berg te beklimmen, dus die rotstekeningen blijven beschermd. Wil je de berg toch goed zien? Loop dan naar Mirador de Vallebron, of geniet van het uitzicht vanaf Restaurante Los Podomorfos. Reserveer daar wel vooraf, en neem contant geld mee, want pinnen kan er niet.

Vega de Río Palmas en de Arco de las Peñitas

Vega de Río Palmas is een groene oase in het binnenland, een klein dorpje vanwaar je verschillende mooie wandelingen kunt maken. De mooiste is de tocht naar de Arco de las Peñitas, een natuurlijke stenen boog. Het eerste deel voert je over een gemakkelijk pad door een soort palmbomenbos naar een aangelegde dam. Je loopt een stukje langs het water en komt dan bij een schilderachtig kapelletje, de Ermita de la Virgen de la Peña. Dat eerste deel is voor iedereen te doen en duurt ongeveer drie kwartier. Wil je daarna ook naar de stenen boog, dan moet je vanaf de oude boerderij nog een half uurtje omhoog klimmen en klauteren. Draag dus stevige schoenen en geen slippers. Na afloop lunch je heerlijk bij La Finca Agricola of Casa Naturaleza.

De grotten van Ajuy

Het afgelegen vissersdorpje Ajuy ligt aan de monding van een ravijn en heeft een zwart zandstrand en een paar gezellige restaurants. Groot is het niet, maar het is vooral de omgeving die de trip de moeite waard maakt. Vanaf de noordkant van het strand loop je over een wandelpad naar de indrukwekkende Cuevas de Ajuy, op natuurlijke wijze ontstane grotten die je via een steile stenen trap bereikt. Onderweg passeer je een gefossiliseerd zandduin, uitgeroepen tot natuurmonument. Op tien minuten rijden ligt Peña Horadada, een indrukwekkende rotsboog aan het water bij het rustige strandje Playa del Jurado. Plan dat bezoek tijdens laagtij voor de mooiste foto’s. Trek wel goede schoenen aan, want op slippers is het niet te doen.

Proef de Majorero-kaas

Op Fuerteventura wonen meer geiten dan mensen, en die zijn de bron van de Majorero-kaas, de gastronomische trots van het eiland. Het was de eerste geitenkaas van Spanje met een beschermde oorsprongsbenaming, sinds 1996. Het is een halfharde tot harde kaas, licht gezouten en met een nootachtige, soms pikante smaak. Het lekkerst proef je ‘m bij de boer zelf: meerdere boerderijen hebben hun deuren geopend voor bezoekers, zoals La Villa in Betancuria, waar je een tour krijgt en ziet hoe de kaas wordt gemaakt. In het binnenland rond Tuineje rijd je zo langs geitenboerderijtjes waar je een stukje kunt kopen. Wil je dieper de geschiedenis in? Bezoek dan het Museo del Queso Majorero in Antigua, inclusief de windmolen en een oude cactustuin.

Mirador Morro Velosa

Als je toch het bergachtige binnenland rond Betancuria opzoekt, mag je niet stoppen bij dit uitzichtpunt missen. Mirador Morro Velosa ligt boven op de Tegú, op 645 meter hoogte, en is goed bereikbaar via de FV-30 die door het binnenland naar Betancuria loopt. Vanaf het uitkijkplatform heb je een prachtig zicht over het ruige, dorre landschap van Fuerteventura, met zijn kronkelige ravijnen en pittoreske dorpjes. Ook als het een tikje heiig is, geeft dat het landschap iets mysterieus. Vlakbij vind je een huis dat ontworpen werd door kunstenaar César Manrique, met een boeiende tentoonstelling over de geologische geschiedenis van het eiland. Je kunt hier ook goed wandelen, en er is een bezoekerscentrum waar je meer informatie krijgt over hoe de vulkanen dit landschap eeuwenlang hebben gevormd.

Beklim de Pico de la Zarza

Het hoogste punt van Fuerteventura vind je op de Pico de la Zarza in natuurpark Jandía in het zuiden, op 807 meter hoogte. Dit is er een voor de sportieve types: beginners kunnen ‘m beter overslaan. Je loopt in zo’n vijf uur over de bergkam naar de top, afhankelijk van je tempo. De berg stijgt eerst geleidelijk, maar het laatste deel is een stuk pittiger, dus reken je het begin niet te rijk. Onderweg verandert het landschap continu en word je gegarandeerd aangemoedigd door een van de vele geiten. Boven word je beloond met een geweldig uitzicht over de stranden van Cofete en de Atlantische Oceaan. Ga vroeg op pad als het nog koel is, plan je tocht op een heldere dag en neem twee tot drie liter water per persoon mee.

Spot de Barbarijse grondeekhoorn

Op Fuerteventura kun je heel bijzonder ‘wild’ spotten, al valt er aan dit beestje weinig wilds te beleven. De Barbarijse grondeekhoorn, van oorsprong een Afrikaans eekhoorntje, is nogal brutaal en laat zich makkelijk zien in de buurt van mensen, omdat toeristen ze vaak eten geven. Heel schattig, maar voor de lokale bevolking zijn het echte plaagdieren. Je ziet dan ook overal bordjes met het verzoek om ze niet te voeren. Ben je in de buurt van rotsen, dan schieten binnen no time tientallen eekhoorns voor je voeten langs, je hoeft er dus echt niet naar te zoeken. Ze duiken zelfs op aan de rand van strand bij Costa Calma en rond de krater van Calderón Hondo. Een leuk en grappig tussendoortje tijdens je rondrit over het eiland.


Bekijk andere blogs over deze regio


FAQ: veelgestelde vragen

Heb ik een huurauto of 4×4 nodig op Fuerteventura?

Een huurauto is echt een aanrader, want veel mooie plekken bereik je niet met het openbaar vervoer. De meeste wegen zijn goed onderhouden, dus een gewone auto volstaat prima. Wil je naar Playa de Cofete over de kilometerslange onverharde weg? Dan is een hoger model of 4×4 wel zo prettig. Durf je dat niet aan, dan rijden er ook halve dagtours naartoe.

Hoeveel dagen heb ik nodig voor Fuerteventura?

Voor de belangrijkste bezienswaardigheden is een week ruim voldoende. Wil je het eiland echt grondig ontdekken, van noord tot zuid, dan kun je twee weken vullen. Een handige tip: boek dan een week in het noorden (rond Corralejo) en een week in het zuiden, zodat je niet de hele tijd in de auto zit.

Waait het echt altijd op Fuerteventura?

Ja, de naam betekent niet voor niets ‘sterke wind’. Het waait er bijna altijd, wat het eiland geweldig maakt voor surfers en kitesurfers. Voor zonaanbidders is dat soms even wennen: na het zwemmen voelt het frisser aan. Neem dus ’s avonds altijd een vest of trui mee, ook in de zomer.

Kan ik overal zwemmen op Fuerteventura?

Niet overal. De toeristische stranden in het zuiden, zoals Costa Calma, en het beschutte La Concha bij El Cotillo zijn prima om te zwemmen. Maar bij wilde stranden als Playa de Cofete en bij Popcorn Beach is de zee te ruw en de stroming te gevaarlijk. Houd je daar dus aan de waarschuwingen.

Wanneer kan ik het beste naar Fuerteventura?

Eigenlijk het hele jaar door. Zelfs in hartje winter komt de temperatuur zelden onder de 15 à 20 graden, en dan is het er heerlijk rustig. Het voorjaar is populair bij wandelaars vanwege de bloeiende bloemen, en het najaar is ook aangenaam en kalm. In de zomer kan het flink oplopen, tot ver boven de 30 graden. Bekijk ook de mooiste kustplaatsen en mooiste stranden van het eiland.