Wat te doen in Calabrië? De top 12 bezienswaardigheden!

Bekijk de beste deals bij onze partners

vakanties bij corendon

Wat te doen in Calabrië? Dat is een vraag waar je een hele dag mee zoet kunt zijn. Dit stuk van de Italiaanse laars is niet het meest bekende reisdoel, en dat is eigenlijk verbazingwekkend. Spectaculaire rotskusten, helderblauw water, middeleeuwse bergdorpjes, drie enorme nationale parken en een keuken vol rode pepers – Calabrië heeft het gewoon allemaal. Toeristen? Die zijn er ook, maar lang niet zo veel als in Toscane of op de Amalfikust. De regio wordt aan twee kanten omsloten door zee: de Tyrreense in het westen en de Ionische in het oosten. Dat geeft 780 kilometer kustlijn vol stranden, kliffen en vissersdorpjes. Het binnenland is bergachtig, groen en grotendeels ongerept. Makkelijk is het niet altijd – de wegen zijn smal, de afstanden groot en openbaar vervoer bestaat nauwelijks. Huur een auto, neem er rustig de tijd voor, en reken op avontuur. In deze checklist zetten we twaalf dingen op een rij die je in Calabrië écht gedaan moet hebben. Van de kliffen van Tropea tot de top van de Aspromonte; dit is Calabrië op zijn best.

Dit zijn de leukste uitjes voor jou:

  • Voor het mooiste uitzicht: Tropea (uitzicht over de Tyrreense Zee én Stromboli aan de horizon), Scilla (recht naar Sicilië vanaf de rotsen), de Montalto in het Aspromonte (Etna én beide kusten tegelijk), Gerace (over de Ionische vlakte).
  • Als je van actief genieten houdt: Canyoning in Nationaal Park Pollino (Gole del Raganello), de nachtboottocht naar Stromboli, snorkelen bij Capo Vaticano, de wandeling naar de top van de Montalto in het Aspromonte.
  • Voor geschiedenisliefhebbers: De Bronzi di Riace in Reggio Calabria (Griekse kunst op zijn best), La Cattolica in Stilo (Byzantijns meesterwerk uit de 10e eeuw), de kathedraal van Gerace (de grootste van Calabrië), de Piedigrotta grottenkerk in Pizzo.
  • Voor foodies: De Calabrische keuken in het algemeen (begin met ‘nduja en rode Tropea-uien), tartufo-ijs in Pizzo, verse zwaardvis in Scilla, het Peperoncino Festival in Diamante in september.

ReisorganisatieInformatieAanbiedingen
vakantiediscounter logoGrootste aanbod   Bekijken  
prijsvrij logoScherpe deals  Bekijken  
d-reizen logoVoordelige hotels  Bekijken  
Sunweb logoHeerlijke zonvakanties  Bekijken  
ReisorganisatieInformatieAanbiedingen
corendon logoPremium resorts  Bekijken  
tui logo100% kindvriendelijk  Bekijken  
corendon logoVeel zonbestemmingen  Bekijken  
vakantie.nl logoVeelzijdig aanbod  Bekijken  


Bekijk populaire hotels in de deze regio


Wandel door het centrum van Tropea

Tropea is het bekendste stadje van Calabrië, en zodra je er bent snap je waarom. De hele stad ligt op een rots boven de Tyrreense Zee, met pastelkleurige huizen die bijna van de kliffen af hangen. Loop de Corso Vittorio Emanuele op – de hoofdstraat vol boetiekjes, delicatessenwinkels en ijssalons met smaken als salami-ijs en rode uien-ijs (ja, dat bestaat, en je moet het gewoon proberen). Aan het einde van de straat kijk je uit over zee en zie je bij helder weer de rookpluim van Stromboli aan de horizon. Via zo’n 200 traptreden daal je af naar het strand. En loop zeker ook langs het Santuario di Santa Maria dell’Isola: een heiligdom op een rotspunt in zee, bereikbaar via een pittige trap vanuit het centrum. Het uitzicht boven is de klim meer dan waard. Tip: je kunt ook mooi snorkelen in Tropea!


Snorkelen bij Capo Vaticano

Capo Vaticano ligt een kleine tien kilometer van Tropea en is eigenlijk niet meer dan een kaap vol kliffen, verstopte baaien en glashelder water. Er is hier geen echt stadje – meer een verzameling hotels en een paar restaurants. De stranden zijn de ster. Spiaggia di Grotticelle en Spiaggia Praia I Focu zijn de mooisten: wit zand, robuuste rotsformaties en turquoise water waar je gewoon doorheen kijkt. Snorkelen is er geweldig, het onderwaterleven is verrassend kleurrijk. Vroeg in de ochtend heb je de strandjes vrijwel voor jezelf – dat is echt het beste moment. Vanaf de klifpaden zie je op heldere dagen de Eolische Eilanden liggen met Stromboli als herkenbaar silhouet. Let op: sommige strandjes zijn alleen via een pad te voet of per boot bereikbaar.


Eten in het vissersdorp Scilla

Scilla wordt door veel toeristen overgeslagen, en dat is een serieuze vergissing. Dit stadje bestaat uit twee delen: het centrum op de rots met het Castello di Ruffo erboven op, en het oude vissersdorp Chianalea direct aan het water. In Chianalea staan de visserhuisjes zo dicht op het water dat ze bij hoog tij bijna onderlopen – de steegjes zijn smal, de sfeer is het echte Italië. Scilla is het centrum van de zwaardvisserij in Calabrië: eet hier in ieder geval één keer pesce spada (zwaardvis). Vers, lokaal en heerlijk. Vanaf de rotsen heb je ook een schitterend uitzicht op Sicilië, dat bij helder weer dichtbij genoeg lijkt om aan te raken. Scilla wordt ook wel Klein-Venetië van het zuiden genoemd.


Nachtboottocht naar Stromboli

Vanuit de haven van Tropea vertrekken dagelijks boottochten naar de Eolische Eilanden voor de kust van Sicilië. De populairste tour is de ‘Stromboli by night’: je vertrekt ’s middags, vaart ruim anderhalf uur over zee richting het eiland en keert pas rond 23:00 terug. Waarom ’s nachts? Omdat je dan de kleine lava-uitbarstingen van Stromboli in het donker kunt zien – en dat is spectaculair. De vulkaan puft en rommelt om de tien minuten. Overdag wandel je over het eiland langs zwarte stranden en witte huisjes. De Eolische archipel bestaat uit zeven vulkanische eilanden met elk hun eigen karakter: Lipari, Vulcano, Salina, Panarea, Filicudi en Alicudi zijn er ook te bezoeken via dagtochten.


Middeleeuws Gerace op een rots

Gerace ligt zo’n anderhalf uur rijden van Tropea en is een van de indrukwekkendste middeleeuwse dorpjes van Calabrië. Het stadje kleeft als het ware aan een rotswand, met smalle straatjes die omhoog kronkelen langs historische huizen en Romaanse bogen. De absolute blikvanger is de Cattedrale dell’Assunta: de grootste kathedraal van heel Calabrië, gebouwd rond het jaar 1100, met drie brede gangpaden en een enorme omvang voor zo’n klein dorp. Loop daarna door naar Piazza delle Tre Chiese – het plein van de drie kerken – en zoek de Porta del Sole op aan de oostkant. Bij zonsopkomst schijnt het licht recht door deze poort naar binnen. Voor fotografen is dat de plek.


La Cattolica in het bergstadje Stilo

Stilo is een klein stadje hoog in de bergen met uitzicht over de vallei van de Stilaro. De echte reden om er naartoe te gaan is La Cattolica. Dit Byzantijnse kerkje met zijn vijf karakteristieke ronde torens stamt uit de 10e eeuw en staat een stukje boven het historische centrum. Van buiten heeft het de eeuwen verrassend goed doorstaan – de bakstenen structuur ziet er nog altijd imposant uit voor zo’n compact bouwwerk. Binnenin zie je de restanten van originele fresco’s. La Cattolica geldt als een van de mooiste voorbeelden van Byzantijnse architectuur op het Italiaanse vasteland. Stilo en Gerace liggen allebei aan de Ionische kant van Calabrië en zijn goed op één dag te plannen.


Canyoning in Nationaal Park Pollino

Het Nationaal Park Pollino is het grootste nationale park van Italië en strekt zich uit over Calabrië en Basilicata. Er stromen vier rivieren door het park, met diepe kloven en toppen waarvan je op heldere dagen zelfs Sicilië kunt zien. De Gole del Raganello is het absolute hoogtepunt: een spectaculaire canyon waar je per boot of met een gids te voet doorheen trekt. Canyoning en raften zijn hier mogelijk via lokale organisaties. Binnen het park ligt Civita, een van de 32 Albanese dorpen in Calabrië die hun eigen cultuur en taal al meer dan 500 jaar bewaren. Vlak bij Civita loop je over de Ponte del Diavolo – de Duivelsbrug boven de Ragonello-kloof. Een pittige wandeling met gave vergezichten over het dal.


Wandelen langs de meren van Nationaal Park Sila

Het Sila-gebergte ligt centraal in Calabrië en voelt compleet anders dan de kust. Denk: uitgestrekte dennenbossen, bergweiden en felblauwe meertjes tot bijna 2000 meter hoogte. Lago Ampollino en Lago Arvo zijn de mooiste meren in het park – rustig, helder en omgeven door bos. Het Parco Nazionale della Sila is ook het beschermde leefgebied van de Apennijnenwolf – met een beetje geluk spot je er een in de verte. In de winter kun je op de Botte Donato zelfs skiën, met uitzicht op zee in de verte. In de dorpjes in het park proef je stevige bergkost: paddestoelgerechten, bergkaas en de lokale ‘patate mpacchiuse’ – gebakken aardappels met ui en peperoncino – in San Giovanni in Fiore.


De Montalto beklimmen in het Aspromonte

Het Aspromonte in de zuidpunt van Calabrië is het wildste van de drie nationale parken. Kronkelwegen, verlaten bergdorpen en een gevoel van echte afzondering. De Montalto is de hoogste top van het park: 1956 meter. De wandeling vertrekt vanuit Gambarie en geeft boven op heldere dagen een waanzinnig panorama: de Etna, de Ionische kust én Capo Vaticano aan de Tyrreense kant – alles tegelijk zichtbaar. Neem een lokale gids mee, want de paden zijn niet altijd gemarkeerd. In het park groeit ook bergamot, de plant die aan Earl Grey thee zijn kenmerkende smaak geeft. Bijzonder is ook de Pietra Cappa: de grootste monoliet van Europa, te bereiken via een wandeling door de Valle delle Grandi Pietre vlakbij San Luca.


De Bronzi di Riace in Reggio Calabria

In het Nationaal Archeologisch Museum van Reggio Calabria staan twee bronzen beelden die tot de mooiste Griekse kunstwerken van de wereld worden gerekend. De Bronzi di Riace – twee levensgrote krijgers – werden in 1972 uit zee gevist bij het nabijgelegen Riace en dateren uit de 5e eeuw voor Christus. Ze zijn gedetailleerd, indrukwekkend en bijna ongelofelijk goed bewaard. Het museum heeft daarnaast een grote collectie van paleolithische, Byzantijnse en Arabische vondsten. Reggio Calabria zelf heeft ook een gezellige boulevard langs de Straat van Messina. Op heldere dagen kijk je vanaf de kade recht naar Sicilië, dat dichtbij genoeg lijkt om aan te raken. Het museum trekt bezoekers van over de hele wereld – kom op tijd, want de rij kan flink zijn.


Tartufo-ijs in Pizzo en de Piedigrotta grottenkerk

Pizzo is een charmant stadje op een rots aan de Tyrreense Zee met twee heel goede redenen voor een bezoek. De eerste: het tartufo-ijs. Dit chocoladeijsbolletje met een kern van donkere chocolade is hier uitgevonden en wordt al meer dan een eeuw geserveerd in de gelateria’s aan de Piazza Umberto. Ga voor de tartufo classico. De tweede reden is de Piedigrotta: een kleine kerk die letterlijk in het tufsteen is uitgehouwen, met beelden en religieuze scènes die door schipbreukelingen werden gemaakt als dankbetuiging voor hun overleving. De grot ligt aan de rand van de zee. Loop na je bezoek de kustweg langs voor het beste uitzicht op de grotten vanuit het water – de beste plek voor foto’s.


Proeven van de Calabrische keuken

De keuken van Calabrië is pittig. Ze tellen hier meer dan 150 soorten peperoncini en die gaan vrijwel overal in: pasta, vlees, kaas en zelfs sommige desserts. Het bekendste product is ‘nduja: een smeerbare, felrode salami die je op brood smeert of door sauzen mengt en die inmiddels ook ver buiten Italië furore maakt. De cipolla rossa di Tropea – de zoete rode ui – vind je op bijna elke menukaart. Ga je in september? Dan is het Peperoncino Festival in het stadje Diamante een aanrader: een heel weekend lang eten, feesten en peper in alle vormen. Wijnliefhebbers gaan naar wijnhuis Librandi in Crotone, een familiebedrijf met prijswinnende wijnen gemaakt van inheemse druivenrassen. Vraag wel altijd even of iets pittig is.


Bekijk andere blogs over deze regio


FAQ: veelgestelde vragen

Heb ik echt een huurauto nodig in Calabrië?

Ja, echt. Het openbaar vervoer is minimaal en de afstanden tussen de highlights zijn groot. Van Tropea naar Gerace ben je al ruim anderhalf uur onderweg, en voor de nationale parken is er gewoon geen andere optie. Zonder auto mis je het halve land. Reken ook op smalle, kronkelende wegen – neem de rustige hoofdroutes en laat de navigatie niet blindelings sturen.

Hoe druk is het in Tropea in de zomer?

Druk. Tropea is het toeristische paradepaardje van Calabrië en in juli en augustus is het er echt vol – vol terrassen, volle stranden en parkeerellende. Kom je toch in de zomer? Ga dan vroeg in de ochtend naar het centrum. Na tienen wordt het snel drukker. In april, mei of september is het een stuk relaxter én zijn de temperaturen aangenamer.

Hoe lang duurt de nachtboottocht naar Stromboli vanuit Tropea?

Je vaart vanuit Tropea zo’n anderhalf uur over zee naar Stromboli. De tour vertrekt ’s middags en je bent pas rond 23:00 uur terug. Overdag verken je het eiland – zwarte stranden, witte huisjes, uitzicht op de krater. ’s Avonds zie je vanuit zee de kleine lava-uitbarstingen, die om de tien minuten plaatsvinden. Dat is echt het spektakel waarvoor je gaat.

Zijn Gerace en Stilo op één dag te doen?

Ja, dat is een logische combinatie. Beide plaatsen liggen aan de Ionische kant van Calabrië en zijn ongeveer een uur rijden van elkaar. Begin in Gerace voor de kathedraal en de Porta del Sole, rijd daarna door naar Stilo voor La Cattolica. Plan er een rustige dag voor in – de wegen in het binnenland zijn smal en je wil er ook gewoon even rondhangen.

Is de keuken van Calabrië echt zo pittig als ze zeggen?

Ja, en onderschat dat niet. Ze hebben hier meer dan 150 soorten peperoncini en die gaan in vrijwel alles – ook in gerechten die je niet verwacht, zoals kaas of een simpel groentegerecht. Vraag altijd eerst of iets scherp is. De cipolla rossa di Tropea is de uitzondering: die zoete rode ui is juist zacht en mild. ‘Nduja is wél pittig, maar zo lekker dat je er doorheen eet.